Berichten

De Paarden Oppas Service onderzoekt… Mestena!!

Mestena, de naam van een soort kunstmest? Welnee, het gaat hier om een soort paard wat we allemaal kennen: de mustang! Het woord ‘mustang’ komt uit het Spaans: de Spanjaarden gebruiken het woord ‘Mestena’. De Paarden Oppas Service onderzoekt: MustangsMestena betekent ‘zwervend paard’ of ‘eigenaarloos paard’. Voor zover we hebben kunnen nagaan, zwerven de mustangs al ruim 700 jaar over de vlaktes van Noord-Amerika. Ze werden in de 16de eeuw door de Spaanse ontdekkingsreizigers meegebracht naar Amerika. Sommige paarden ontsnapten en de loop der tijd, en er waren er ook die schipbreuken overleefden, zelf naar het vasteland zwommen en daar nieuwe kuddes vormden.

Wist je trouwens dat de evolutie van het paard vanuit de wetenschap één van de best gedocumenteerde en meest beroemde ontwikkelingsprocessen van een diersoort is? Het is niet zo dat er voordat de Spanjaarden kwamen nooit paarden waren geweest in de Verenigde Staten, maar ze waren daar uitgestorven. Fossielen bewijzen dat de voorouders van het paard zo’n tienduizend jaar eerder in Noord-Amerika leefden. Dan praten we over de Eohippus, wat ook wel het dageraadpaard genoemd wordt. Je zult het niet geloven, maar dit paardje was niet groter dan een vos!!! En er waren wel 19 soorten paarden indertijd. Net als de andere roofdieren zagen de mensen van toen in deze paarden niets anders dan een bron van voedsel: uiteindelijk zijn ze allemaal opgepeuzeld!

De Spanjaarden verrijkten in de 16de eeuw het paardloze continent toen zij hun Spaanse Andalusiërs meebrachten, en de Sorraia uit Portugal, alsook de Berbers uit Marokko. Als je kijkt naar de mustangs van nu, herken je soms die rassen in een enkel paard, maar dat is een uitzondering. De meeste mustangs zijn vrij kleine paarden (stokmaat ongeveer 140 cm), met harde hoeven en goede benen. Het zijn hele taaie paarden. De meest voorkomende kleur is vos, maar pinto (alle kleuren platenbont), palomino (goudkleurig paard met witte manen en witte staart), zwart en schimmel komen ook voor. De Indianen ontdekten dat de mustangs heel snel en wendbaar waren. Zij temden de paarden en het feit dat ze paarden konden berijden maakte voor hen de bizonjacht vele malen succesvoller en makkelijker. Hiervan zijn tekeningen gevonden die de Indianen van toen maakten op buffelhuiden. De Indianen waren goede fokkers en zij hechtten veel waarde aan het decoratieve aspect van de kleuren van hun paarden. De bonte paarden met hun bijzondere aftekening waren heel populair en de vlekken hadden voor sommige stammen een speciale betekenis. Tegenwoordig is de Pinto (dit is een verzamelnaam voor alle bonte paarden, waaruit de Paint als ras is ontstaan) het meest gebruikte paard in de Westernsport.

Wist je dat de Indianen de mustangs ook gebruikten als betaalmiddel? Bijvoorbeeld om hun bruid te kopen! Wanneer een opperhoofd stierf, werden zijn paarden gedood om hem te begeleiden naar de ‘andere kant’. Daar moeten we nu toch niet aan denken? Als we nog verder teruggaan in de geschiedenis, naar de tijd van de Farao’s in het oude Egypte, zien we nog een lugubere gewoonte: als een Farao ging trouwen, sneed hij de hals van zijn favoriete hengst door, om hiermee te bewijzen dat zijn bruid hem meer waard was dan zijn kostbaarste bezit!

Niet lang nadat de Indianen de mustangs hadden ontdekt als rijdier, volgden de blanken hun voorbeeld, en zo ontstonden de cowboys met hun paarden. De mustangs waren ideale dieren voor het bij elkaar drijven van kuddes koeien, omdat ze wel leken te kunnen anticiperen wat de koe zou doen en omdat ze zo snel en wendbaar waren. Nu zien we die snelheid en wendbaarheid terug bij de rodeo’s en het Western rijden.

In de loop der tijd zijn de paarden die de Spanjaarden meebrachten weer gekruist met andere rassen, zoals de Volbloed, de Morgan en ook het Friese Paard. Aan het begin van de twintigste eeuw schatte men in dat er 1 tot 2 miljoen wilde paarden waren inde Verenigde Staten, maar er werd op de mustangs gejaagd om hun vlees, om ze te temmen en te verkopen en omdat mensen het land wilden claimen en zo bleven er in de jaren zeventig nog maar 18000 over. Het mustanging (het vangen van paarden uit winstbejag) gebeurde op zeer paardonvriendelijke wijze en het werd zo vaak gedaan dat het erop leek dat de paarden voor de tweede keer zouden worden uitgeroeid in Noord-Amerika. Wist je dat er één vrouw is geweest die dit voorkomen heeft? Ze heet Velma Johnston en werd ‘Wild Horse Annie’ genoemd. Ze voerde een nationale publiciteitscampagne tegen het mustanging, wat in 1971 leidde tot de Wilde Horse and Buroo Act, een wet die het mensen verbood om met vliegtuigen en auto’s op mustangs te jagen. Hiermee werd de mustang een beschermde diersoort, met als waakhond de Bureau of Land Management.

Anno 2016 zijn er nog ‘slechts’ 67.000 wilde paarden in Amerika. Regelmatig worden de paarden bijeengedreven om de paarden te onderzoeken. De merries worden gesteriliseerd, een deel van de gezonde paarden wordt verkocht en de zieke paarden worden dan geslacht. Dit hele proces kost de overheid 50 miljoen dollar per jaar en daarom kwam de regering in september 2016 met het voorstel om enkele tienduizenden mustangs af te laten maken. Ook om overbegrazing te voorkomen en voldoende grasland over te houden voor de andere grazers die de Verenigde Staten rijk zijn. Dit voorstel kreeg echter zoveel kritiek – er ontstond een ware golf van verontwaardiging wereldwijd – dat de overheid het plan om de mustangs massaal te euthaniseren, heeft losgelaten. ¡Viva Mestena!

 

Wat drinkt jouw paard? Over de kwaliteit van het water…

Wat drinkt jouw paard en wat doet dat met hem?

Paarden Oppas Service over kwaliteit waterEr wordt veel gesproken over paardenvoeding: wanneer geef je wat en in welke mate? Over water wordt over het algemeen niet veel meer gezegd dan dat je paard voldoende moet drinken. Om hem daarin te stimuleren zou je stukjes appel of wortel in de emmer/speciebak kunnen leggen – dan kan hij ‘koek happen’ en ondertussen water binnen krijgen! Pepermuntjes in het water kan ook helpen. Waarschijnlijk heb je meerdere drinkbakken. Dan kan je aan het water in één van de emmers wat appelsap toevoegen, en wat je ook kan doen is je paard wat zout door het eten geven, of je hangt een zoutblok op: daar krijgt hij dorst van (zie ons blog ‘Paarden en hitte: feiten en fabels’). De gemiddelde waterbehoefte van een paard ligt tussen de 20 en de 60 liter, voor een pony ligt dat rond de 25 liter.

Van nature drinkt een paard uit zichzelf voldoende water, maar als hij niet lekker is of spijsverteringsproblemen heeft, kan het zijn dat hij minder drinkt. Een andere reden kan de kwaliteit van het drinkwater zijn.
Hoe zit het met de kwaliteit van het water wat jouw paard drinkt? Krijgt jouw paard leidingwater, bronwater of drinkt hij uit de sloot?

Leidingwater
Het veiligste is leidingwater, want daar zijn kwaliteitsnormen voor en de watermaatschappij controleert continu of de kwaliteit goed is. Wat je wel in de gaten moet houden is de hardheid van het water: die varieert per regio. Bij te hoge hardheid kan je kalkafzettingen krijgen in je waterleiding, wat tot verstoppingen kan leiden. Ook kan hoge waterhardheid invloed hebben op medicijnen die je paard gebruikt (bespreek dit met je dierenarts). Meten is weten!

De hardheid van water wordt in Nederland uitgedrukt in Duitse graden hardheid (ºdH). Dit geeft de hoeveelheid kalk en magnesium in water aan.

De waterleidingbedrijven hanteren de volgende indeling voor de waterhardheid:
– 0 tot 4º dH: zeer zacht water
– 4 tot 8º dH: zacht water
– 8 tot 12º dH: gemiddeld
– 12 tot 18 ºdH: vrij hard water
– 18 tot 30 ºdH: hard water

Klik hier om te kijken hoe de waterhardheid bij jou is.
Is de waterhardheid te hoog, dan kan je een ontharder plaatsen.

Putwater
De kwaliteit van putwater is uiteraard afhankelijk van de regio en de diepte van de put. Zandgrond houdt, in tegenstelling tot kleigrond, weinig verontreiniging tegen. Klei filtert heel gestaag het vuil uit het water. Wateronderzoek Paarden Oppas ServiceSommige grondsoorten bevatten veel ijzer, kalk, arseen of cadmium. Arseen kan huidveranderingen veroorzaken en zelfs kanker. Cadmium kan schade aanrichten aan de nieren en leidt tot botontkalking. Het is dus zaak om putwater te laten testen voordat je je paard ervan laat drinken. Het mag dan goedkoper zijn om je paard putwater te laten drinken, maar als je hiervoor kiest neem je wel de verantwoordelijkheid op je om regelmatig analyses te laten doen! Ondiepe putten (15 tot 20 meter) leveren vaak een slechtere kwaliteit water op, omdat het percentage nitraat en nitriet hoger is en er vaak sprake is van bacteriologische verontreiniging. Nitraat wordt in de maag gedeeltelijk omgezet in nitriet. Nitrieten ontregelen het zuurstoftransport in het lichaam. Je paard kan hierdoor zuurstofgebrek krijgen. Het is zelfs zo dat nitrieten nitrosamines kunnen vormen, die mogelijk kankerverwekkend zijn.

Een diepere put is meestal beter, maar de kans op een hoog ijzergehalte is dan wel groter. Dit kan diarree veroorzaken bij je paard en een verminderde opname van koper. Bovendien proeft je paard de ijzersmaak, die niet aangenaam is, en hij zal daardoor waarschijnlijk minder water tot zich nemen dan hij nodig heeft. Bij diepere putten is het mangaan- en fluorgehalte meestal ook hoger (kan het skelet vervormen), evenals het gehalte aan natrium, chloride en ammonium. Zuur putwater tast metalen leidingen aan, waardoor er veel lood, koper, zink en/of nikkel in het putwater terecht kan komen.

Wist je dat slechts 2 op de 10 putwaters voldoen aan de kwaliteitseisen voor leidingwater? Putwater kan bacteriën en virussen bevatten, door aantasting van knaagdieren, insecten, stof en organisch materiaal, maar ook door rioolwater en mestsappen. Hierdoor kan je paard maag-/darmontstekingen krijgen en kan hij gaan braken en last krijgen van diarree. Dit vergroot weer de kans op uitdroging.

Slootwater
Je kunt je paard gewoon uit de sloot laten drinken, of uit een vijver, maar hier is het helemaal belangrijk om het water te laten testen, in verband met bedrijven die afvalstoffen dumpen, bestrijdingsmiddelen die boeren in de buurt gebruiken en de afvloeiingen van wegen (denk aan motorolie). Mest van de veehouderij en landbouw zorgt voor meer nitraat, nitriet en ammoniak in het water en het gebruik van bestrijdingsmiddelen kan leiden tot pesticiden in het water.

Drinkt je paard uit een beek, hou dan goed in de gaten of het water helder is en niet ruikt. Het is niet verstandig om je paard uit stilstaand water te laten drinken, omdat daar vaak parasieten en ziektekiemen in zitten. Als er veel slib op de bodem ligt of er zijn veel afgestorven planten, dan kan het water verontreinigd raken door rottingsprocessen. Er kan dan zwavel ontstaan, wat kan leiden tot zenuwafwijkingen bij je paard. E. coli en salmonella kan je paard darmproblemen geven. Ook kan er blauwalg in het water ontstaan, met name gedurende de zomermaanden. Het water heeft dan een groenblauwe of roodgele bovenlaag. Blauwalgen zijn zeer giftig en tasten de lever en nieren van je paard aan.

Nu je dit allemaal hebt gelezen, zul je er waarschijnlijk voor kiezen om je paard niet meer uit de sloot, vijver of beek te laten drinken, maar dat water is natuurlijk niet in ALLE gevallen verontreinigd. Het is een kwestie van regelmatig laten testen. Zelf kan je ook al een test doen. De Gezondheidsdienst voor Dieren ontwikkelde hiervoor in samenwerking met de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland een doehetzelftest. Blijf alert en laat regelmatig analyses doen. Je kunt hiervoor terecht bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Zij sturen je de potjes toe waar je wat slootwater of putwater in doet. Die stuur je op en dan testen zij het water voor je. De uitslag bespreek je met je dierenarts.

Je paard is afhankelijk van jou voor de kwantiteit en de kwaliteit van het water dat hij drinkt. Zorg dat je hier voldoende aandacht aan besteedt!

PAARDENQUIZ!

PAARDENQUIZ

PaardenquizRuiterbewijs Paarden Oppas Service

Wat weet jij over paarden, paardrijden en rijden in het verkeer? Doe de KNHS Paardenquiz!

1. Wat ben je als ruiter in het verkeer?
a. Ruiter natuurlijk!
b. Wandelaar.
c. Bestuurder.

2. Wat is de werking van een watertrens?
a. Door de losse ringen werkt het mondstuk van dit bit vriendelijk in op de paardenmond.
b. Die maakt dat een automatische drinkbak steeds weer vol water loopt.
c. Deze smalle strook water onder een hindernis maakt de sprong moeilijker.

3. Waar moet jij met je paard rijden op een provinciale weg?
a. In de berm of aan de rechterkant
b. In de berm of op het fietspad,
c. Daar mag je niet komen.

4. Jij rijdt met je paard op een kruising. Van rechts komt een automobilist vanaf een zandpad. Wie heeft er voorrang?
a. De automobilist, want auto’s hebben voorrang op paarden.
b. De automobilist, want die komt van rechts.
c. Jij, want de automobilist rijdt op een onverharde weg.

5. Je rijdt in draf op een ruiterpad en er komt je een wandelaar tegemoet. Wat doe je?
a. In draf blijven rijden, maar wel ruimte geven aan de wandelaar.
b. In stap gaan rijden en ruimte geven aan de wandelaar.
c. In draf blijven rijden en geen ruimte geven aan de wandelaar, want het is een ruiterpad.

6. Wat is het verschil tussen een verbods- en een gebodsbord?
a. Een verbodsbord betekent dat je een straat niet in mag. Een gebodsbord zegt dat je voorrang hebt.
b. Een verbodsbord betekent dat je iets niet mag doen. Een gebodsbord zegt juist dat je iets wel moet doen in het verkeer.
c. een verbodsbord is blauw, een gebodsbord is rood.

7. Wat doe je als je gaat draven in het verkeer?
a. Dat kan je beter niet doen. Stappen is veiliger.
b. Over je schouder kijken om te controleren of je wordt ingehaald.
c. De paarden naast elkaar laten lopen of midden op de rijbaan gaan rijden, zodat het overige verkeer niet voorbij kan.

8. Welk van de onderstaande lekkernijen is giftig voor een paard?
a. Pepermunt.
b. Banaan.
c. Chocola.

Weet je meerdere antwoorden niet? Dan is het hoog tijd dat je je KNHS Ruiterbewijs gaat halen!

Daarmee krijg je gratis toegang tot opfriscursussen en bijscholingen, aantrekkelijke kortingen op paardensportevenementen, een abonnement op Paard & Sport, toegang tot unieke natuurgebieden en nog veel meer!
Kijk voor meer informatie op www. knhsruiterbewijs.nl

Antwoorden:
1c, 2a, 3b, 4c, 5b, 6a, 7b, 8b, 9b, 10c.

 

 

Duo Protection

Duo Protection

DSC_1125Ben je al bekend met Duo Protection? Dan hebben we het niet over een tweetal knappe bodyguards die met je meegaan, waar je ook gaat of staat. Nee, we hebben het over een bijzonder multifunctionele productlijn voor de hoeven van je paarden, voor je tuig, je honden en katten. Duo Protection voedt en beschermt en is gemaakt van… paardenvet. Nu niet meteen afhaken, want het vet komt van paarden uit Nederland en België die een goed leven en goede voeding hebben gehad. Het vet dat er vanaf komt is dan ook van een uitzonderlijk hoge kwaliteit. Het ruwe vet wordt gesmolten om een vet te verkrijgen wat bij koude temperaturen hard is en bij warmere temperaturen vloeibaar wordt.

Vet sluit toch af?
Uit ervaring weten wij dat de meeste hoefsmeden tegen het invetten van hoeven zijn omdat het de hoefwand afsluit. Duo Protection doet dat niet. Doordat Duo Protection een voor het paard lichaamseigen stof is en 100% natuurlijk is, trekt het meteen in de hoeven. In paardenvet zit vitamine A en D én glycerine. Glycerine trekt juist vocht aan. Door de werking van het paardenvet krijg je een snellere groei van het hoorn en een stevigere structuur van de hoef. Duo Protection is onderzocht door onderzoeksinstituut TNO en het is onomstotelijk bewezen dat Duo Protection de hoeven verbetert, onderhoudt en sterker maakt en ook goed is voor de behandeling van honden, katten en tuig. Leder komt van dieren en omdat Duo Protection 100% natuurlijk (dierlijk) is, wordt het opgenomen in het leder. Het voedt het leder en geeft het een natuurlijke look. Het ledervet van Duo Protection kan je dus gebruiken om je hoofdstellen en zadels mee in te vetten.

Hoeven
Heeft je paard slechte hoeven? Behandel hem dan een maand lang dagelijks met Duo Hoef van Duo Protection. Je zult versteld staan van de verandering! Daarna hou je het 3 keer per week bij. Duo Protection is niet alleen voor slechte hoeven. Goede hoeven verdienen ook verzorging om ze in goede staat te houden. Vet daarom de hoeven van je paard minimaal 2 à 3 keer per week in. Strijk vanaf de kroonrand naar beneden en smeer de hele hoef goed in. Bij droge straal (onderkant van de hoef) één keer in de week insmeren. Duo Hoef is gesmolten paardenvet zonder toevoeging. Het grote voordeel van Duo Hoef is dat het werkelijk in de hoorn van de hoef trekt en zodoende ook van binnenuit zijn werking heeft. Brokkelhoeven behoren tot de verleden tijd en scheuren gaan over (groeien uit). De hoef wordt sterk en blijft goed in balans. Ook steeds meer hoefsmeden werken met Duo Hoef. Duo Hoef wordt op ambachtelijke manier vervaardigd. De makers van dit product gebruiken het van generatie op generatie en hebben 4 jaar geleden de stoute schoenen aangetrokken en besloten het heel geleidelijk op de markt te brengen. De reacties die zij krijgen van gebruikers zijn overweldigend.

LederwarenDuo Protection is te koop bij de Paarden Oppas Service
Duo Protection ledervet beschermt en voedt het leder. Hier geldt ook weer dat door de glycerine het leder een beetje vochtig blijft. Zo voorkom je uitdrogen en gescheurd leer. Doordat de meeste lederwaren natuurlijk zijn is het juist goed om het ook met een natuurlijk vet te behandelen. En je hoeft niet bang te zijn dat het afgeeft, want Duo Protection trekt vrijwel meteen in het leder. Smeer het leer rijkelijk in en wrijf het na 3 minuten met een droge doek uit. Met Duo Protection zijn vetvlekken in rijbroeken, sjabrakken e.d. verleden tijd.

De Paarden Oppas Service adviseert het gebruik van Duo DogDuo Dog
Naast het hoeven- en ledervet produceert Duo Protection ook een supplement voor honden. Dit vinden de honden niet alleen heel lekker, maar het is ook nog eens heel gezond voor ze: het gaat haaruitval en droge huid tegen, zorgt voor een glanzende vacht en heeft een zeer positieve uitwerking op de spijsvertering en de darmflora. Duo Dog zorgt voor een verhoogde weerstand en sterkeren botten. Een eetlepel door het voer is voldoende voor kleine honden. Grotere honden mogen wel 3 tot 4 doseringen per dag.
Duo Dog mag je ook aan je katten geven: die van ons krijgen een theelepeltje per dag en dat vinden ze een heerlijke traktatie! Leuk om die reactie te zien, maar wij zijn vooral blij met de verminderde haaruitval! Duo Dog Snacks verkrijgbaar bij www.PaardenOppasService.nl

Wist je dat er sinds kort ook Duo Dog Snacks zijn? Overheerlijke, zeer gezonde hondensnacks (doos van 400 g) gemaakt van knapperig uitgebakken paardenvet. Maak jij je hond blij?

Referentie van Mariette Roelofsen – dierenarts, Dierenkliniek Cato
Duo Dog vloeibaar paardenvet is echt ‘een gouden product’. Wetenschappelijke bewijzen waarom dit product zo goed werkt heb ik niet, maar onze praktische ervaringen zijn zeer goed. Wij, als praktijk, zetten het in bij huidproblemen, slechte eters en dieren met gewrichtsklachten. Onze trimster zet het in bij honden of katten waar de vacht veel klit of slecht doorkambaar is. Zowel de trimster als wij hebben vele positieve klanten. Waar wij als praktijk altijd al werkte met vetzuurpreparaten, lijkt dit een vet supplement te zijn wat veel minder duur is en binnen 10 dagen al, voor de eigenaar zichtbare, verbetering!

Waar verkrijgbaar?
Duo Protection Hoevenvet, Ledervet en Duo Dog zijn verkrijgbaar bij de Paarden Oppas Service in Tilburg. Online bestellen kan natuurlijk ook.
Ga snel naar onze online shop!

Valentijnsdag

Tsja, ik kan het natuurlijk algemeen houden en iets vertellen over paarden, maar aangezien het Valentijnsdag is, wil ik het graag persoonlijk maken. Dus even een terugblik op mijn week.
Of, voor de volledigheid, de afgelopen twee weken. De eerste week van februari werd Peter, mijn man, plotseling ziek. Flinke buikgriep met 40+ koorts. Na een paar dagen toch maar naar de huisarts en dat leidde op 4 februari tot onmiddellijke opname in het ziekenhuis, op de Maag-, Darm- Leverafdeling, waar hij al bekend was doordat hij de ziekte van Crohn heeft. Daar werd hij meteen aan het infuus gelegd en 6 dagen lang kreeg hij 3 liter vocht per dag toegediend.

Van 6 t/m 13 februari zouden wij zelf een paardenoppasopdracht gaan doen, maar dat kon natuurlijk niet meer doorgaan. De paardenhouders gingen wel met vakantie, dus daar moest op het laatste moment een oplossing voor worden gezocht, toen het duidelijk werd dat manlief nog wel een weekje in het ziekenhuis moest blijven. Gelukkig kon Jolanda, één van de verzorgers van de Paarden Oppas Service, het op stel en sprong overnemen. 6 februari naar Limburg gereden om Jolanda te verwelkomen op het voor haar nieuwe oppasadres en haar te instrueren. Toen weer naar het ziekenhuis (in Tilburg). De afgelopen week was het een dagelijks af en aan rijden naar het ziekenhuis, waar het onduidelijk was of er meer aan de hand was met Peter. Urenlang hielden de krampen aan, met name afgelopen zondag. Hij was volledig uitgeput en verging van de pijn, en daarom kreeg hij morfine. Uit kweekonderzoek werd duidelijk welke bacterie de aanstichter was van al deze ellende en toen kon er gericht antibiotica toegediend worden. Daardoor keerde het tij. Een scan gaf wel een darmvernauwing aan, wat in de toekomst nog voor problemen kan zorgen, maar voor nu is hij aan de beterende hand!

Gedurende Peter’s ziekenhuisopname kwamen er nog twee spoedopdrachten binnen bij de Paarden Oppas Service, naast de 6 lopende bemiddelingen en twee nieuwe aanvragen. In het ziekenhuis was ik de rust zelve, maar weer op kantoor was het stevig aanpoten!!

Sandra en Peter, van de Paarden Oppas ServiceWoensdag mocht Peter gelukkig naar huis. En zo kon hij er mooi bij zijn tijdens de prijsuitreiking van de verkiezing ‘Horses Product van het Jaar’, afgelopen donderdag. Hier mocht ik, namens de Paarden Oppas Service, de tweede prijs in ontvangst nemen. Wow! Ten eerste wil ik hiervoor de verzorgers bedanken voor hun fantástische inzet, ten tweede de paardenhouders voor hun vertrouwen en ten derde alle stemmers voor de moeite die ze hebben genomen om te stemmen. En voor mezelf een schouderklopje, omdat ik zo hard en met zoveel toewijding voor de Paarden Oppas Service werk!

Ons bezoek aan de schouwburg, met vrienden, kon gisterenavond gelukkig ook doorgaan en vanochtend mochten Peter en ik weer samen wakker worden op Valentijnsdag. Tijdens een lekker ontbijtje op bed (deze keer verzorgd door ondergetekende) keken we terug op de afgelopen periode en wat daarin de rode draad was: onze liefde voor elkaar. Door dik en door dun steunen wij elkaar en genieten we van elkaar. We uiten onze liefde voor elkaar dagelijks door woorden en daden. Valentijnsdag hebben we niet nodig: we vieren de liefde altijd! Maar het is geen opgave om op zo’n dag als vandaag nog eens extra lief voor elkaar te zijn.

Doe jij dat ook?

Fijne Valentijnsdag!

De PAARDEN OPPAS SERVICE onderzoekt… Arabieren!

De PAARDEN OPPAS SERVICE onderzoekt… Arabieren!

Tegenwoordig zijn de vluchtelingen uit Syrië en omstreken het gesprek van de dag. Voordat deze vluchtelingenstroom op gang kwam, waren de immigranten uit Polen onderwerp van gesprek. Daar waren veel Nederlanders niet blij mee, maar dat is ook wel eens anders geweest. En dan hebben we het niet over gastarbeiders, maar over volbloed Poolse Arabieren. Polen was namelijk een vooraanstaand land met betrekking tot het fokken van Arabieren, en een groot deel van de import van onze Arabische paarden komt uit Polen. De Janow Podlaski stoeterij in Polen bestaat nog steeds en het is de oudste staatsstoeterij van Arabische paarden, opgericht in 1817. De fokkerij heeft ca. 500 paarden en kan worden bezichtigd. Ieder jaar wordt hier in augustus de Nationale Show van Arabische Paarden en de beroemde Paardenbeurs georganiseerd. De paarden die gefokt worden bij de Podlaski Stoeterij worden vaak verkocht voor honderdduizenden euro’s. Ze zijn erg gewild als ren- en endurancepaard en ook in de showring blinken ze uit.

ArabierWist je dat de Arabier minder ribben heeft dan andere paardenrassen? De meeste paardenrassen hebben 36 ribben, zes lendenwervels en achttien staartwervels. De Arabier heeft 34 ribben, vijf lendenwervels en zestien staartwervels. Ook bijzonder is de mitbah: de hoek waarmee het hoofd van de arabier op de hals staat. Hierdoor ontstaat de karakteristieke boog in de hals van de arabier en kan het hoofd makkelijk in alle richtingen gedraaid worden. De hals gaat in een sierlijke boog over in een ronde schoft en sterke, schuin geplaatste schouders. De rug is kort en heeft een hoog kruis, dat duidelijk is afgerond. De Arabier heeft een brede, diepe borst, die ruimte biedt aan uitzonderlijk sterke longen. Daardoor kan hij lange tijd werken zonder te vermoeid te raken, waardoor hij bijzonder geschikt is voor langeafstandsritten. Daar komt bij dat hij droge, harde benen heeft.
Het kleine hoofd van de Arabier loopt schuin toe naar de neus – een kleine neus die in de holte van een halfgeopende hand moet passen. Doordat het hoofd hoog op de hals wordt gedragen heeft het veel bewegingsvrijheid, bijna in elke richting. Tussen de grote, sprekende en wijd uit elkaar geplaatste ogen van de arabier vindt men de Jibbah, een schildvormige bobbel. Deze bobbel loopt naar boven toe door naar een punt tussen de oren en naar beneden toe tot op één derde van het neusbeen. het hoofd van de arabier is licht ‘geknikt’, de deuk in de neus die hierdoor lijkt te ontstaan noemt men de dish.

De Arabische volbloed is een paardenras dat afstamt van Arabische paarden uit Noord-Afrika en het Nabije Oosten. Het ras is meer dan vijfduizend jaar oud en wordt tegenwoordig  over de hele wereld gefokt.Er bestaat bijna geen ras dat niet is veredeld door het Arabische bloed (bijvoorbeeld de Trakehner, de Morgan, de Shagya arabier, de Welsh pony, maar ook de Andalusiër, de Lipizzaner en het Friese paard). Arabieren worden geroemd om hun trouw, doorzettingsvermogen, zachtmoedigheid, gezondheid en lange levensduur. En natuurlijk hun edele, harmonieuze lichaamsbouw. Een grote intelligentie en een vurig karakter zijn ook kenmerkend. De Arabier is een gevoelig dier: de mens moet eerst zijn vertrouwen winnen, waarna het paard alles voor hem wil doen. Zijn grote uithoudingsvermogen heeft hij overgehouden aan zijn geschiedenis als bewoner van woestijngebieden. Arabische paarden zijn intelligent, leergierig en hebben een groot aanpassingsvermogen. Geen wonder dus dat het ras zoveel bewonderaars heeft. We komen de Arabische paarden in Nederland tegen in de professionele paardensport, maar ook bij de particuliere paardenhouder.

 

De Paarden Oppas Service interviewde Anneke uit Drenthe. Anneke heeft een Arabier en een KWPN-er.

Wij vroegen haar of zij bewust gekozen heeft voor het Arabische paard, toen ze haar Arabier kocht. En zo ja, waarom?Hassan en Hidalgo werden verzorgd door een medewerker van de Paarden Oppas Service
Ik zocht een kleiner paard; eerst dacht ik aan een Tinker, maar toen ik Hassan zag, was ik verkocht. Hassan is heel gehoorzaam en gevoelig: als je hem berijdt, hoef je maar naar links te kijken en hij gaat al naar links.
Als je opnieuw een paard zou kopen, zou je dan weer voor het Arabische ras kiezen?
Zeker.
Als je Hassan en Hydalgo (de KWPN-er) vergelijkt, qua karakter, zijn er dan volgens jou verschillen die grotendeels bepaald worden door het ras?
Heel veel verschil. Hydalgo is koel, eigenwijs en bazig; Hassan is super mensvriendelijk, heel gevoelig en geduldig en voelt je stemming nog beter aan dan Hydalgo.
Toen je op vakantie ging, heb je de Paarden Oppas Service ingeschakeld om een verzorger voor je te regelen. Hoe heb je de Paarden Oppas Service eigenlijk gevonden?
Via Google kwam ik bij www.PaardenOppasService.nl – ik was bewust aan het surfen op internet.
Wat was voor jou reden om de Paarden Oppas Service in te schakelen en hoe deed je het voorheen als je met vakantie wilde?
We wilden voor het eerst sinds jaren met vakantie en dan nog wel voor het eerst naar onze dochter (en schoonzoon) op Hawaï en dan ook nog voor wat langere tijd. Voorheen dus geen vakanties in onze “paarden tijd”.
Waarin onderscheidt de Paarden Oppas Service zich?
Actieve bemiddeling! Het is me goed bevallen. Ik raad het andere paardenhouders zeker aan!

Ben jij paardenhouder en wil je gebruik maken van de Paarden Oppas Service?
Ga naar informatie voor paardenhouders.

Ben jij paardenhouder, heb je gebruik gemaakt van de Paarden Oppas Service en vind je het leuk om geïnterviewd te worden? Stuur dan een mailtje naar info@paardenoppasservice.nl.

Over kastanjes en de Aesculus Hippocastanum

Voor de mensen die veel weten op hippisch gebied, heb ik een vraag: Weet jij wat Aesculus Hippocastanum is?witte paardenkastanje
Aesculus Hippocastanum is een gewichtige naam voor een paardenkastanjeboom! Maar waarom heet de kastanjeboom nou een paardenkastanje? Wat heeft dit met paarden te maken? De Latijnse naam is waarschijnlijk uit het Turks afkomstig en betekent ‘paarden die kastanjes eten’. Als je goed kijkt, zie je op de bladsteel ook een tekening in de vorm van een hoefijzer.

De vrucht van de paardenkastanjeboom werd vroeger veel aan paarden gegeven om ze van de hoest te genezen, en ze werden ook aan drachtige merries gevoerd, zodat die een sterker veulen zouden krijgen – vandaar de naam. Let op: de onrijpe kastanjes, de schors en de bladeren zijn voor paarden wel giftig! Rijpe paardenkastanjes kunnen geen kwaad bij paarden. Ook voor schapen, geiten en varkens is de paardenkastanje eetbaar, maar voor mensen is ze giftig. De zaadjes kunnen echter als geneesmiddel gebruikt worden. In de vorm van een tinctuur kan dit gebruikt worden als krampstillend en pijnstillend middel en het heeft daarnaast een sterke werking op de bloedvaten en aders. Ook helpt het tegen reuma, maag- en darmklachten of borstontsteking. Verder kan er een thee van gebrouwen worden die helpt tegen de hoest. De vruchten bevatten saponine en kunnen daarom in poedervorm of als afkooksel gebruikt worden als wasmiddel of shampoo. In Nederland hebben we de witte en de rode paardenkastanje. De witte paardenkastanje bloeit begin mei, de rode omstreeks half mei. Omdat de boom goed bestand is tegen luchtvervuiling wordt de paardenkastanje veel toegepast in openbaar groen. De tamme kastanje is niet giftig voor mens of dier.

KastanjeBij veel boerderijen kun je aan de zuidzijde een grote paardenkastanje aantreffen. Die boom staat daar niet zomaar. Een kastanjeboom is namelijk de favoriete behuizing van een heks. Wanneer vroeger een boerderij gebouwd werd, dan werd direct naast de boerderij een paardenkastanje geplant. Men dacht dat heksen die over de uitgestrekte heidevelden zwierven, op gezette tijden een toevluchtsoord zochten en geloofde dat je heksen rust kon bieden en gunstig kon stemmen door een kastanjeboom te planten. De heks zou hierin haar intrek nemen en dan de boerderij, de bewoners en het vee met rust laten. Overdag roesten uilen graag in deze boom. Vroeger dacht men vaak dat uilen vermomde heksen waren.
Wanneer je een glimmende kastanje in je zak bij je zou dragen, zou dit negatieve energie afweren en het zou helpen tegen reuma klachten. Wel op tijd vervangen: als hij dof wordt, is het tijd om hem te vervangen voor een nieuw, glimmend exemplaar!

Tijd voor een sprookje over de paardenkastanje?
Het is misschien wel 2500 jaar geleden dat er diep in de binnenlanden van Turkije een kudde verzwakte, wilde paarden rondzwierf. Een vrouw zag ze drinken bij een waterpoel en liep op hen af. Ze was een vrouw die niet alleen in de zielen van de dorpelingen kon kijken, maar ook in die van dieren. De mensen waren daarom bang voor haar, sommigen noemden haar een heks.
Zonder geluid sprak ze met de zieke paarden: “Blijf hier wonen, wij geven jullie eten en jullie zullen genezen. In ruil vraag ik de sterke dieren onze lasten te dragen.” De paarden stemden toe en genazen. De kleine kudde groeide uit tot een grote groep sterke paarden die goederen en mensen naar verre bestemmingen bracht. De vrouw en haar man verwierven aanzien en rijkdom.

Op een dag stierf de vrouw en de paarden werden ziek. Ze zweetten, hoestten en waren benauwd. De man besprak zijn zorgen met zijn vier grote zonen. Zijn dochtertje, een nakomertje, had zich in de hoek van de donkere tent verstopt. Ze hoorde dat de zonen in verre streken hulp moesten zoeken en ieder kreeg hiervoor een zak goud.
In de lente reed de eerstgeboren zoon naar de grote tempel, ver weg. Tien dagen achtereen bad hij en hij offerde de zak goud. Bij de paarden veranderde niets.
In de hete zomer reed de tweede zoon naar het gevaarlijke hooggebergte, waar op de hoogste berg een tovenaar woonde. Hij smeekte de tovenaar hen te helpen en gaf zijn zak goud. Bij de paarden veranderde niets.
Die herfst kreeg de derde zoon een droom waarin hem werd verteld dat hij een monster moest doden en diens bloed zou de paarden redden. Van het goud kocht hij de beste wapens en samen met zijn jongere broer doodde hij het monster. Bij de paarden veranderde niets.
Vele paarden stierven en het gezin verloor haar fortuin. De mensen werden bang voor de vreemde familie, waar een doem op leek te rusten.

Die winter besloot het meisje, hoewel nog maar 10 lentes oud, zelf hulp te gaan zoeken. Met een stuk brood en een zak water verliet ze ’s morgens stilletjes de tent en liep de hele dag door de Paardenkastanjeheuvels tot ze ’s avonds op een helling in een bos tegen een boom in slaap viel. Vroeg in die nacht schoot ze wakker van een ijselijke kreet en zag nog net dat een heks uit de boom vloog. Angstig verstopte ze zich in een holle boom en toen ze de volgende dag te voorschijn kroop, keek ze recht in de ogen van een grote uil. De uil straalde zoveel gezag uit, dat ze ging zitten en het verhaal vertelde over de rampspoed. “Ik heb je moeder gekend, lieve kind” sprak de uil. “de oplossing van je probleem ligt hier. Let goed op.” De uil sloot zijn ogen en bleef onbeweeglijk zitten.
Op dat moment viel er uit de boom een blad op haar voeten. Gedachteloos speelde ze met het blad. Plotseling zag ze dat het einde van de bladsteel de vorm had van een paardenvoet. Ze klom in de oude boom en zag dat op de plaatsen waar de bladeren waren afgevallen, paardenhoeven gedrukt stonden. Dit was een paardenboom! Midden in de boom ging ze op een dikke tak zitten en zei: “Boom, luister, je bent een paardenboom, ik zie overal paardenhoeven op je takken. Alleen jij kunt me helpen!”

Ze vertelde het verhaal van de paarden. Er viel iets hards op haar hoofd, en nog één en nog één: de boom regende plotseling stekelige bolsters! En niet alleen uit haar boom, uit alle bomen in het bos vielen stekelige noten. “Dat moet de oplossing zijn,” dacht ze, “maar wat moeten de paarden met die stekelige noten?” Snel klom ze naar beneden en danste tussen de bomen door en riep: “Dank je wel, dank je wel, maar vertel me wat ik hiermee moet doen?” Toen zag ze dat een aantal van de stekelige bolsters openbarstten.
De vader en zijn zonen waren vreselijk ongerust en zochten het meisje. Ze hoorden haar roepen in het dal en dichterbij gekomen zagen ze haar dansen. ”Deze boom heeft de oplossing gegeven! Kijk!” en ze liet de glanzende bruine zaden zien. “Deze grote zaden moeten de paarden eten om beter te worden.”
En zo geschiedde. Sindsdien geven Turkse paardenhouders aan zwetende, hoestende, kortademige paarden deze kastanjes. En omdat ze zo goed voor paarden zijn, krijgen drachtige merries ze ook, waardoor de veulens sterk ter wereld komen.

Bron sprookje: Natuurverhalen.nl

De Paarden Oppas Service onderzoekt…het Fjordenpaard!

Dimple en Archibald met Sandra

Dimple en Archibald met Sandra

Als we terug zouden gaan naar de periode na de laatste ijstijd, dan zouden we er getuige van kunnen zijn dat de ons welbekende Fjordenpaarden vanuit het zuiden van Zweden en Denemarken naar Noorwegen kwamen. Archeologische aanwijzingen bevestigen dat en vertellen ons dat de Fjorden in de bronstijd (1200 voor Christus) getemd werden door de Vikingen. De Vikingen namen de Fjordenpaarden ook mee naar IJsland (ja: het IJslandse paard is ontstaan mede door inmenging van de Fjord!). Het Fjordenras is één van de oudste en zuiverste rassen ter wereld. Hoewel de Fjord qua kleur en aftekeningen lijkt op het Przewalskipaard, stamt het hier niet van af. Dit blijkt uit het feit dat de Przewalski 66 chromosomen heeft en de Fjord 64.
Vroeger werd het Fjordenpaard vanwege zijn kracht, vaste tred, goede gezondheid en werkwilligheid veel gebruikt op het land, maar tegenwoordig is het meer een hobby- en vrijetijdspaard. De Fjord wordt ingezet onder het zadel, voor de wagen en als voltigepaard. Meestal zien we de vaalgele kleur, maar wist je dat er ook grijze Fjorden zijn? Deze zijn vrij zeldzaam, dus het is bijzonder als je er één tegenkomt!

De Paarden Oppas Service wordt regelmatig benaderd door eigenaren van Fjordenpaarden, met de vraag of wij een verzorger kunnen regelen voor wanneer zij met vakantie gaan. Zo kwamen wij in contact met Lodette uit Apeldoorn. Wij interviewden haar over haar Fjorden:
Onze eerste Fjord kwam alweer 30 jaar geleden bij ons. Een kennisje van ons wist dat wij op zoek waren naar een pony (mijn zus en ik waren 9 en 10) en mijn vader kreeg een tip van haar dat er toch wel een erg leuke Fjord te koop was. In de eerste instantie was ik over het ras niet zo heel enthousiast, maar mijn ouders wilden een pony die veelzijdig was. Mijn zus en ik een dier om op te rijden en mijn vader een dier dat hij aan kon spannen. We zijn gaan kijken en proefrijden bij de eigenaar van de Fjord, die toen nog Fury heette. Deze eigenaar had hem op de markt in Zuidlaren gekocht en er waren geen papieren bij, maar de pony was overduidelijk een Fjord. Hij kon voor de kar en je kon erop rijden dus de beslissing was snel genomen. Op 30 april 1984 kwam dan eindelijk onze eigen pony. Mijn moeder had zijn nieuwe naam al bedacht: Joerie. Joerie is altijd bij ons gebleven tot hij 33 was. Toen hebben wij hem in laten slapen omdat hij stopte met eten.
Na 5 jaar kwam er een 2e Fjord bij, een merrie: Hiske (een dochter van Bjorgard). Zij was een nog helemaal groene 3 jarige merrie. We hebben haar zelf beleerd onder het zadel en aangespannen. Ze bleef helaas in stokmaat achter op Joerie en werd niet groter dan 1.37 mtr. Om een span te vormen was dat toch niet ideaal dus Hiske is verkocht naar een meisje in Enschede.
Om toch een span te kunnen vormen kochten we Archibald. Een 7-jarige hulpboek ruin van een meisje in Veenendaal. Toen we gingen kijken was hij in “over conditie” maar wij zagen dat hij mooi bewoog en ontzettend lief was dus Archibald ging met ons mee. Samen met Joerie heeft hij vele jaren in tweespan gelopen. Ook reden wij hem onder het zadel. Archibald is nog steeds bij ons, hij is ondertussen 29 en geniet van zijn pensioen, zo af en toe nog een ritje met een 2-wieler en uitstapjes aan de hand.

Archibald, Fjord

Blik op/van Archibald

 

Het bijzondere aan de Fjord is dat het een zeer veelzijdig ras is dat in ons geval heel goed bleek te passen bij onze no-nonsense houding. Ze zijn zeer werkwillig en het gangenwerk is goed waarbij de stap en de draf bij onze paarden beter waren dan de galop. Onze Fjorden waren zeer sporadisch ziek en nooit kreupel. Zelfs tijdens de wedstrijdseizoenen liepen ze altijd buiten.
Het karakter van een Fjord is te omschrijven als goedmoedig en vriendelijk, maar het is zeker geen slaper. Joerie was een paard met een heel eigen karakter en bijna meer mens dan paard. Hij was heel slim en wist o.a. hoe hij sloten moest openmaken, maar ook hoe hij onder het werk moest uitkomen in het span door net een half pasje achter te lopen. Joerie was niet snel ergens van onder de indruk: hoe meer mensen hoe beter en van applaus kon hij geen genoeg krijgen!
Archibald is een harde werker die het je graag naar je zin wil maken, maar die super gevoelig is. Hij heeft maar weinig nodig, kleine hulpen geven. Als je hem verbaal een standje geeft kan hij daar een dag later nog van onder de indruk zijn.
In onze tienertijd hebben mijn zus en ik de Fjorden onder het zadel gereden en voor de lol met de platte wagen in het bos met vriendinnen rijden. Springen, dressuur, crossen. Alles ook in wedstrijdverband. Mijn vader reed aangespannen. Na mijn 18e ben ik ook aangespannen wedstrijden gaan rijden met het tweespan. Totdat Joerie 22 was hebben we dat gedaan, daarna alleen nog recreatief.
Eén van de leuke dingen is wel dat als wij een weekend op wedstrijd gingen, de pony’s ook mee barbecueden. Dat vonden ze altijd reuze gezellig en lekker. Ook heeft Joerie voor een Willie’s Jeep gelopen tijdens een optocht. Wat erg ontroerend was dat toen we Joerie lieten inslapen Archibald en Dimple (onze Tinker) hem op het laatst met een keiharde hinnik gedag zeiden. Dat was echt een halve minuut voordat hij gesedeerd werd.

Archibald wordt gepoetst door Sandra

Archibald wordt gepoetst door Sandra

Wij zijn in contact gekomen met de Paarden Oppas Service via internet. Na een persoonlijk gesprek hadden we direct een klik met Sandra. Zij heeft al vaker bij ons opgepast, zij is zeer professioneel en begaan en zorgt ervoor dat je met een heel gerust hart op vakantie gaat. Wij bevelen haar aan! Het is als paardenbezitter toch heerlijk om te weten dat je dieren goed verzorgd zijn als je zelf op vakantie bent! Dat brengt zoveel rust…

Radio interviews met de Paarden Oppas Service

Sandra Oprel wordt geinterviewd over de Paarden Oppas Service

Sandra Oprel, eigenaar Paarden Oppas Service

Onlangs stond de Paarden Oppas Service in de spotlight bij Omroep Brabant.

Gedurende de dag werden er verschillende korte interviews afgenomen. Beluister ze hier:

Klik hier voor interview 1.

Klik hier voor interview 2.

Klik hier voor interview 3.

Hippiatori

Al in de begindagen van de samenwerking tussen mens en paard werd er diergeneeskunde bedreven. In het oude India bestonden er dierenziekenhuizen waar zieke paarden, olifanten en (ander) vee werden behandeld. Verschillende teksten zijn gewijd aan de behandeling van dierziekten, met name de Indiase Asva Sastram. Rond 1800 voor Christus had Koning Hammurabi van Mesopotoamië een lijst opgesteld waarop het honorarium voor de verschillende behandelingen van ezels en ossen stond aangegeven. Een eeuw eerder al hadden de Egyptenaren een op papyrus geschreven handleiding voor aandoeningen bij honden.

Pioniers op het gebied van de diergeneeskunde waren, net als voor de mensgeneeskunde, de Grieken. Hun paardenartsen werden Hippiatori genoemd en de eerste artsen, waarvan Hippocratus de belangrijkste is, waren bedreven in de behandeling van dieren. De Griekse geneeskunde was haar tijd zo ver vooruit dat de Romeinen bijna alleen maar Griekse artsen in dienst namen. De term veterinarius raakte in gebruik voor artsen die diergeneeskunde bedreven en het woord veterinarium verwees naar een paardenbehandelruimte of ziekenhuis.

Het oudste bekende boek over de verzorging van het paard werd in 1360 voor Christus voor het Hittitische strijdwagenleger geschreven door Kikkuli de Mittaniër. De beroemdste Griekse dierenartsen waren Aspyrtus, die in 330 na Christus de Hippiatrika schreef, teksten over de ‘veeartsenijkunde’ die in de tiende eeuw opnieuw werden gepubliceerd, en Vegetius. Vegetius schreef in 450 na Christus ‘Diergeneeskunde’, een boek dat duizend jaar lang werd beschouwd als het standaardwerk. Vegetius was goed op de hoogte van vele, ook nu nog actuele virale infecties. In Rome waren er ernstige epidemieën, die we nu herkennen als paardeninfluenza en Afrikaanse paardenpest.

In de middeleeuwen en ook in de 20ste eeuw was de behandeling van paarden (en soms zelfs van mensen!) in handen van de smid, die het aanzien genoot van de oude sjamaan. Tot aan de 18de eeuw boekte de wetenschap van de diergeneeskunde weinig vooruitgang, maar de oorlogen in Europa brachten daarin verandering: men was afhankelijk van een groot cavalerieleger, dat met uitgebreide fokprogramma’s werd ondersteund. In 1762 werd daarom de Koninklijke Veterinaire School in Lyon (Frankrijk) opgericht, 30 jaar later gevolgd door de School voor Diergeneeskunde in Londen.

Tegenwoordig speelt de dierenarts een grote rol bij elke activiteit waarbij paarden zijn betrokken. Hij houdt zich bezig met preventieve geneeskunde, hij diagnosticeert, adviseert paardenhouders en behandelt paarden.

Dierenarts