Wilg, de natuurlijke pijnstiller voor je paard

Drie weken terug vertelden wij je over Hippiatori, waarvan Hippocratus de belangrijkste is. Hippocratus schreef toen al een aftreksel van knotwilgschors voor bij gewrichtsontstekingen, pijn en koorts. Overigens kwam hij er ook achter dat wilgenschorsthee een doeltreffend middel is tegen diarree. Maar laten we even focussen op wat de wilg voor je paard kan betekenen. Jouw paard weet de wilg van nature al te vinden: als hij pijn heeft, gaat hij, als hij de kans krijgt, vanzelf al naar de wilg om een takje of wat blaadjes te pakken en hierop te kauwen. Instinctief weet hij dat dit heilzaam is. In de wilg zit Salicine, een stof die koortswerend en pijnstillend werkt. De Salicine wordt in het lichaam omgezet in salicylzuur. Dat is natuurlijke penicilline voor paarden (en honden, maar niet goed voor katten!). Het werkt behalve pijnstillend en koortswerend ook aansterkend, bloedstelpend, kalmerend en krampopheffend. Maar let op: geef je paard geen toegang tot wilgentakken voordat je een wedstrijd gaat rijden – als hij gecontroleerd wordt op doping, zal de aanwezigheid van Salicine zorgen voor een positieve uitslag! Dat betekent dat er geconcludeerd zal worden dat jij je paard doping hebt gegeven! Met alle gevolgen van dien.

Buiten dat zijn er geen minpunten aan het verstrekken van wilg. Als je geen wilgenboom bij je wei hebt, zoek er dan één op en snij er wat takken van af. Leg die in de wei of in de stal en je paard zal je dankbaar zijn. Van de oudere, dikkere takken knabbelen de paarden de bast af en daar zijn ze wel even zoet mee! Je kan ook een dikkere tak aan een touw of ketting ophangen in de stal. De jongere takjes/twijgjes kan je zo aanbieden, maar je kunt ze ook in kleine stukjes knippen en door het voer doen. In tegenstelling tot bij de mens, is de smaak aangenaam voor paarden. Dus zelfs zonder dat hij pijn heeft, zal hij de takjes en bladeren graag eten, gewoon als lekkernij. Geef ze niet teveel per keer, want ze kunnen er stoned van worden! Alles met mate.

In het voorjaar is de concentratie magnesium het hoogst in de wilg. Aangezien paarden nogal eens een tekort hebben aan magnesium, is het dus een goed idee om je paard begin maart wilgentakken te geven waar de eerste scheuten en knopjes aan zitten. Dat vinden paarden heerlijk! Ze kunnen zich uren vermaken met het schillen en eten van de wilgentakken. Dat is dus twee vliegen in één klap: het gaat de verveling tegen en het is nog gezond ook! Heb je zelf geen wilgen op je terrein, kijk dan even goed rond in je omgeving waar je ze ziet. Je kan aan de eigenaar (particulier, de gemeente of natuurmonumenten) vragen of je de takken mag hebben als de boom gesnoeid gaat worden (meestal in het voorjaar). Vraag dan wel meteen of ze niet bespoten zijn, want insecticiden zijn natuurlijk uit den boze voor paarden!

De wilg, een natuurlijke pijnstiller

De wilg, een natuurlijke pijnstiller

Zelf wil ik nog weleens kauwen op een wilgentakje als ik hoofdpijn heb. De pijn neemt hierdoor af. Ik geniet van het resultaat, maar niet van de smaak tijdens het kauwen!

Hippiatori

Al in de begindagen van de samenwerking tussen mens en paard werd er diergeneeskunde bedreven. In het oude India bestonden er dierenziekenhuizen waar zieke paarden, olifanten en (ander) vee werden behandeld. Verschillende teksten zijn gewijd aan de behandeling van dierziekten, met name de Indiase Asva Sastram. Rond 1800 voor Christus had Koning Hammurabi van Mesopotoamië een lijst opgesteld waarop het honorarium voor de verschillende behandelingen van ezels en ossen stond aangegeven. Een eeuw eerder al hadden de Egyptenaren een op papyrus geschreven handleiding voor aandoeningen bij honden.

Pioniers op het gebied van de diergeneeskunde waren, net als voor de mensgeneeskunde, de Grieken. Hun paardenartsen werden Hippiatori genoemd en de eerste artsen, waarvan Hippocratus de belangrijkste is, waren bedreven in de behandeling van dieren. De Griekse geneeskunde was haar tijd zo ver vooruit dat de Romeinen bijna alleen maar Griekse artsen in dienst namen. De term veterinarius raakte in gebruik voor artsen die diergeneeskunde bedreven en het woord veterinarium verwees naar een paardenbehandelruimte of ziekenhuis.

Het oudste bekende boek over de verzorging van het paard werd in 1360 voor Christus voor het Hittitische strijdwagenleger geschreven door Kikkuli de Mittaniër. De beroemdste Griekse dierenartsen waren Aspyrtus, die in 330 na Christus de Hippiatrika schreef, teksten over de ‘veeartsenijkunde’ die in de tiende eeuw opnieuw werden gepubliceerd, en Vegetius. Vegetius schreef in 450 na Christus ‘Diergeneeskunde’, een boek dat duizend jaar lang werd beschouwd als het standaardwerk. Vegetius was goed op de hoogte van vele, ook nu nog actuele virale infecties. In Rome waren er ernstige epidemieën, die we nu herkennen als paardeninfluenza en Afrikaanse paardenpest.

In de middeleeuwen en ook in de 20ste eeuw was de behandeling van paarden (en soms zelfs van mensen!) in handen van de smid, die het aanzien genoot van de oude sjamaan. Tot aan de 18de eeuw boekte de wetenschap van de diergeneeskunde weinig vooruitgang, maar de oorlogen in Europa brachten daarin verandering: men was afhankelijk van een groot cavalerieleger, dat met uitgebreide fokprogramma’s werd ondersteund. In 1762 werd daarom de Koninklijke Veterinaire School in Lyon (Frankrijk) opgericht, 30 jaar later gevolgd door de School voor Diergeneeskunde in Londen.

Tegenwoordig speelt de dierenarts een grote rol bij elke activiteit waarbij paarden zijn betrokken. Hij houdt zich bezig met preventieve geneeskunde, hij diagnosticeert, adviseert paardenhouders en behandelt paarden.

Dierenarts

Wormen kunnen dodelijk zijn!

bloedwormOnafhankelijk van het voedsel wat je je paard geeft, is het belangrijk om regelmatig te kijken of je paard geen wormen heeft. Je dierenarts kan mestonderzoek doen, of je kan zelf een cursus doen waarin je leert hoe je de mest kan controleren. Laat in ieder geval twee keer per jaar de mest controleren door een specialist zodat je zeker weet dat je het mestmonster op een juiste manier interpreteert. Ieder half jaar kan je je paard een kruidenmix geven die preventief werkt tegen wormen. Liefst biologische kruiden. Daarnaast geef je alle paarden op jouw locatie 1 x per jaar op dezelfde dag dezelfde wormenkuur die ook tegen lintworm en horzellarven werkt. Lees hier meer over in ons artikel over horzellarven en hoe je besmetting daarmee kunt beperken.

Wormen kunnen maandenlang blijven leven op de wei. Je paard eet de larven met het gras op en de beestjes begraven zich vervolgens in de darmwand van je paard. Hier kunnen ze voor ontstekingen zorgen. Als je paard wormen heeft, kan dit leiden tot lusteloosheid en een algehele verslechtering van zijn conditie. In het ernstigste geval wordt je paard flink ziek, krijgt diarree en/of ernstige koliek en dit kan zelfs tot de dood leiden. Daarom is het erg belangrijk om meerdere keren per jaar mestonderzoek te laten doen, zodat je er altijd op tijd bij bent mocht er een besmetting aanwezig zijn.

De meest voorkomende en gevaarlijkste vorm is de rode worm: die tast de darmen en darmwand aan. Zorg voor een schone wei en een schone stal, om zo de kans op wormen te verkleinen. Bedenk wel dat kleine bloedwormlarven zich kunnen inkapselen in de darmwand. Hier kunnen ze overwinteren en zelfs tot 3 jaar ingekapseld blijven! Als er weinig of geen volwassen wormen meer aanwezig zijn, komen deze tevoorschijn: ze ontpoppen zich tot volwassen worm en gaan op hun beurt weer eitjes leggen. Worm & Co adviseert: wormmiddelen met ivermectine zijn de eerste keus bij besmettingen met bloedwormen. Omdat paarden tot 5 – 6 jaar extra gevoelig zijn voor ingekapselde larfjes is het belangrijk om dieren van deze leeftijd die in het najaar in besmette weides hebben gelopen in november-december preventief te behandelen met moxidectine. Andere wormmiddelen zijn niet actief tegen de ingekapselde stadia. Klanten van Worm&Co ontvangen altijd een herinnering wanneer het beste moment is voor het toedienen van de eenmalige preventieve ontworming.

Spoelwormen zijn lange, dunne witte wormen. Je vindt ze op vrijwel iedere wei: ze zijn namelijk heel sterk en en kunnen tot 10 jaar infectieus blijven. Daarbij komt dat ze ook nog eens heel vruchtbaar zijn: een vrouwelijke spoelworm kan tot 200.000 eitjes per dag leggen! Let vooral op als je veulens van verschillende leeftijden bij elkaar hebt: daar zie je vaak dat de infectie overgedragen wordt. Bij onvoldoende hygiëne komen ernstige infecties ook voor op stal. Spoelwormen kunnen schade aanrichten aan darmen, longen en lever.

Lintwormen zijn korte, dikke geel/groene wormpjes, die koliek kunnen veroorzaken. Volwassen wormen zijn 3 tot 8 cm lang. Op paardenmest bevinden zich vaak lintwormeitjes, die worden gegeten door grasmijt. Je paard eet vervolgens de grasmijt op tijdens het grazen of het eten van hooi of stro. Lintwormen kunnen zelfs een slag in de darmen van een paard veroorzaken, met alle gevolgen van dien!

Natuurlijk wil je niet dat je paard ziek wordt van wormen, dus doe regelmatig wormonderzoek en ontworm je paard op basis van de uitkomst van het wormonderzoek.
Wist je dat je een wormonderzoek online kunt bestellen bij Worm & Co? Je krijgt dan een mestonderzoeksetje toegestuurd, inclusief verzend, retourskosten en btw.
Snel, makkelijk en niet duur! Een aanrader dus!