Pas op voor de esdoorn!

Waarschuwing!! Heb jij esdoorns in de buurt van je wei? Pas dan op dat je paard de bladeren/zaden niet eet, dit kan namelijk fataal zijn! De gevaarlijkste tijd is het najaar en het voorjaar.
Uit je kindertijd herinner je je vast wel de ‘helikoptertjes’ uit de boom. De zaden die daarin zitten zijn giftig voor paarden – ze tasten de spierfunctie aan. Dit gif kan zelfs dodelijk zijn!! Driekwart van de vergiftigde paarden overlijdt binnen drie dagen. De paarden die het overleven kunnen hartritmestoornissen krijgen. Dus: ruim de bladeren en de helikoptertjes op als ze in de wei belanden! Een goede voorzorgsmaatregel is om van het najaar tot het late voorjaar je paard niet te laten grazen onder de esdoorn.

De boosdoener is de stof Hypoglycine A, die Atypische Myopathie (AM) kan veroorzaken. Dit is een ernstige spierziekte, die je kunt herkennen aan de volgende symptomen: paarden bewegen moeilijk, staan verkrampt of gaan liggen. Ook krijgen ze het soms benauwd. Hun urine wordt meestal donker. Geef je paard rust en laat hem behandelen door de dierenarts. Die zal je paard pijnstillers geven en waarschijnlijk een infuus met carnitine, vitamine E en B2.

Onderzoekers aan de Universiteit van Wenen hebben onderzocht of er een middel is wat de Hypoglycine A kan binden en wat oraal toegediend kan worden bij vergiftigde paarden.  Uit dit onderzoek bleek dat paarden die lijden aan Atypische Myopathie geholpen zouden kunnen worden door het toedienen van actieve kool. Die zorgt ervoor dat de giftige stoffen van de esdoornzaden minder goed worden opgenomen. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in de editie van maart 2018 van het Equine Veterinary Journal. Vertoont jouw paard symptomen van Atypische Myopathie? Neem dan direct contact op met je dierenarts!

Gelukkig komt de ziekte niet vaak voor, maar omdat het dodelijk kan zijn, is voorzichtigheid geboden! Niet alle esdoorns bevatten Hypoglycine A, maar neem geen risico en hou je paard erbij uit de buurt!

Wil je weten welke esdoorn giftig is voor je paard en welke niet? Ga dan naar deze website: paardenarts.nl/esdoorn.

Meer lezen over welke planten giftig zijn voor je paard? Dat lees je hier: natuurlijkpaarden.nl/giftigeplanten.

Eikels en paarden, over tanninevergiftiging

De Paarden Oppas Service waarschuwt voor eikels

Eikels kunnen je paard vergiftigen!

Eikeltjes: ze zien er leuk uit, maar kunnen gevaarlijk zijn voor je paard!

Het zal je niet ontgaan zijn dat we deze zomer voornamelijk hele warme, droge maanden hebben gehad. Gevolg hiervan is dat er nu meer onrijpe eikels op de grond vallen. De eikels hebben een bittere smaak, maar sommige paarden vinden dat juist heel lekker. Als je paard er teveel van eet, kan hij er echter ziek van worden. Als paarden niets te doen hebben en ze hebben honger, eten ze alles!

Tannine
Oude, bruine eikels bevatten minder tannine, maar als je paard de jonge, groene eikels  in grote hoeveelheden eet, dan kan dat echt gevaarlijk zijn! Dat geldt trouwens ook voor de bladeren (die bevatten ook tannine). Eet je paard er teveel van, dan kan dat binnen één tot enkele dagen tot de dood leiden. Heb je een drachtige merrie, dan kan het eten van teveel groene eikels of jonge eikenboombladeren leiden tot het afsterven van het veulen.
Het is de tannine (het looizuur) in de eikels én de bladeren die zorgt voor een geïrriteerd maagdarmstelsel. Het kan resulteren in maagzweren, maag-/darmverstoppingen en bloedarmoede. De tannine vernauwt de bloedvaten en kan bloedstolling veroorzaken. Tannine is een zuur en eiwitten klonteren in zuur. Dit kan weer leiden tot allerlei ziektes, waarbij lichaamscellen gedood worden.

Symptomen
Symptomen waar je op moet letten zijn lusteloosheid, koliekverschijnselen, blauw tandvlees, verminderde eetlust en coördinatie, verstopping en/of (bloederige) diarree. Ook kan het zijn dat de ademhaling en hartslag van je paard versnelt en hij overmatig gaat urineren. In ernstige gevallen zal je bloed in de urine aantreffen. Kijk goed of de urine van je paard niet donkerder is dan anders. De tannine kan blijvende nierschade veroorzaken!

Behandeling
Medicijnen zijn er niet tegen. De dierenarts zal waarschijnlijk houtskool, Epsom zout en vloeibare paraffine (laxeermiddel) voorschrijven om de darmen te stimuleren. Daarnaast heeft het paard extra vocht en elektrolyten nodig om uitdroging te voorkomen. Lijnzaadslobber kan helpen.

Houtskool wordt toegediend in de vorm van Norit: een poedertje dat gifstoffen bindt en daardoor diarree stopt. Dit mag echter maar een paar dagen gegeven worden, want het kan ook vitaminen en andere belangrijke voedingsstoffen binden.

Epsom zout is magnesium. Het wordt al eeuwen gebruikt om de darmen te reinigen, vaak door het te mengen met slobber. Het reinigt de endeldarm in heel korte tijd, wat nodig is om de giftige zuren zo snel mogelijk af te voeren. Magnesium heeft ook een kalmerende werking op het paard.

Elektrolyten, zoals natrium, chloride, kalium en calcium, zijn opgeloste mineralen in het bloed en weefsel van het lichaam. Ze helpen om de juiste balans van vloeistoffen in de cellen van het lichaam te verkrijgen/behouden en zijn betrokken bij de spierfunctie en de verwerking van afvalstoffen. Door het overmatige plassen en door de diarree verliest een paard met tanninevergiftiging teveel elektrolyten.

Voorzorgsmaatregelen
Heb je eikenbomen bij jouw wei, controleer dan regelmatig of er veel groene eikels of jong bladeren op de grond liggen. Bij stormachtig weer worden ook de jonge eikels en bladeren van de bomen gerukt en daar moet je dus juist voor oppassen! Varkens zijn niet gevoelig voor tanninevergiftiging, dus als je ergens een varkentje kan lenen, dan kan die ze voor je opruimen. Heb je geen varken voorhanden, zet dan dat deel van je wei af, zodat je paard er niet bij kan (of ruim het zelf iedere keer op!). Het is verstandig om je paard eerst een plak hooi te laten eten voor je hem de wei op laat gaan waar hij nog eikels zou kunnen eten. Je paard is afhankelijk van jou, dus zorg dat zijn leefomgeving veilig is en hij de juiste voedingsstoffen binnen krijgt!

Horzeleitjes

In de nazomer kunnen we weer ongenode gasten verwachten in de vorm van horzeleitjes!!

De Paarden Oppas Service over horzeleitjesDe horzel is een vliegende parasiet, die zich graag nestelt in jouw paard. Het vrouwtje heeft de ambitie om minstens 500 eitjes op jouw paard te plakken. Ja, je leest het goed: 500! Ze heeft er nog meer: horzelvrouwtjes dragen 700 tot 1000 eitjes bij zich, maar ze vinden vaak meer dan 1 gastheer, omdat ze meestal verjaagd worden tijdens hun plakwerk. Zij plaatst haar eitjes het liefst op de benen of flanken van jouw viervoeter, maar ook op zijn nek, in zijn manen en rond zijn mond. Iedere 10 seconden kan ze een eitje aan een paardenhaar plakken. Je kunt ze makkelijk herkennen: dan zie je gele stipjes op je paard en die zijn er niet zomaar af te borstelen!

Verspreiding en gevolgen
De oplettende lezer vraagt zich nu af hoe deze horzels IN je paard terecht komen. Dat gaat als volgt: je paard wrijft zijn neus langs zijn benen, waar de eitjes zitten. Of hij krabt een ander paard met zijn tanden in zijn nek. De eitjes komen zo in zijn mond terecht en zij ontwikkelen zich in zijn mond tot larven. Vanuit de mond verplaatsen zij zich na ongeveer een maand naar de maag en daar settelen zij zich. De larven in de mond kunnen zorgen voor ontstekingen aan de mond en tong van je paard. Als de larven zich settelen in de maag kunnen ze maagzweren veroorzaken, wat weer kan leiden tot buikvliesontsteking. Dit kan je paard fataal worden! Symptomen waar je op moet letten zijn gapen, gewichtsverlies, koliek, diarree en andere spijsverteringsproblemen. In de darmwand overwinteren de larven en in het voorjaar worden ze uitgeniest of uitgepoept (ze kunnen zich zelfs door de huid naar buiten eten!), om zich vervolgens te ontwikkelen tot volwassen horzels, die nog meer eitjes kunnen gaan leggen! De horzels zelf eten niet, maar de larven voeden zich dus in de maag van jouw paard.

Voorkomen is beter dan…
Het is belangrijk om regelmatig goed te ontwormen, zodat de al aanwezige larven gedood worden. Stel samen met je dierenarts een goed ontwormingsplan op, op basis van mestonderzoek. Voorkomen is beter dan genezen, dus zorg dat je je paard nu inwrijft of sprayt met een anti-insectenmiddel, om die horzelvrouwtjes duidelijk te maken dat je jouw paard niet aanbiedt als gastheer! Zie je toch eitjes op je paard, verwijder deze dan met een horzelmesje of een schuurblokje. Pas op dat je hierbij zelf geen eitje in je mond krijgt (of op je handen en vervolgens in je mond of neus als je even je gezicht aanraakt of een haar uit je mond haalt, bijvoorbeeld), want je wilt zelf ook niet de gastheer worden van deze parasiet! Heb je moeite om de eitjes van je paard te verwijderen? Was dan je paard met een azijnoplossing: dan laten de eitjes makkelijker los. En natuurlijk blijft het belangrijk om de mest van je land te verwijderen, zodat de parasieten jouw weiland niet zien als de ideale kraamkamer!

Paarden en hitte: feiten en fabels

We ervaren op dit moment een hittegolf, dat zal je niet zijn ontgaan! Hoe is jouw paard daaronder?
De hitte kan een paard flink parten spelen. Ze kunnen er zelfs aan bezwijken! De normale lichaamstemperatuur van een paard ligt tussen de 37,4 en de 38,0˚C. Tijdens warme dagen mag daar best een graadje of 2 bijkomen, maar als de lichaamstemperatuur van een paard oploopt tot boven de 40˚C dan zullen organen en lichaamscellen hier (vaak) blijvende schade door oplopen. En wist je dat paarden met een roze neus verbrandingsgevaar lopen? En dat je paarden, als ze veel zweten, kunt afkoelen door ze af te spuiten, maar dat dit alleen zin heeft als je de vacht daarna met een zweetmes afschraapt?
Onderzoek heeft geleid tot waardevolle bevindingen, maar er doen ook nog steeds fabeltjes en misconcepties de ronde. Zo lopen bijvoorbeeld niet alleen sportpaarden risico. Ieder paard kan slachtoffer worden van ernstige uitdroging en oververhitting. Weet jij het verschil tussen de feiten en de fabels?

“Laat een verhit paard nooit drinken zoveel hij wil, en geef hem nooit koud water.”
Dit zou namelijk kunnen leiden tot koliek. Dit is een fabeltje! Het paard moet direct kunnen drinken zoveel hij wil om zijn vochttekort aan te kunnen vullen. Verhitte paarden drinken dan 9 tot ruim 20 liter water. Een paard van 600 kilo heeft in rust ongeveer 20 liter water nodig, maar bij zware arbeid of hitte kan dat wel oplopen tot 50 liter per dag. Een paard wat ongelimiteerd kan grazen krijgt door middel van het gras al redelijk wat vocht binnen, aangezien gras voor ruim 80% uit water bestaat. Na vier uur op de wei neemt het paard door het gras zo’n 15 liter water op! Krijgt je paard ruwvoer, dan is het essentieel dat hij ook meer water krijgt, aangezien ruwvoer droog is. Wat daarnaast helpt is om het hooi in het hooinet flink nat te spuiten voordat je het aan je paard geeft. Paarden houden meestal niet zo van lauw of warm water, dus zorg dat je het water aanbiedt op een beschutte plek, zodat de zon het niet direct opwarmt. Als je paard niet genoeg drinkt, zou je stukjes appel of wortel in de emmer/speciebak kunnen leggen – dan kan hij ‘koek happen’ en ondertussen water binnen krijgen! Pepermuntjes in het water kan ook helpen. Waarschijnlijk heb je meerdere drinkbakken. Dan kan je aan het water in één van de emmers wat appelsap toevoegen, en wat je ook kan doen is je paard wat zout door het eten geven, of je hangt een zoutblok op: daar krijgt hij dorst van.

“Spuit een verhit paard nooit af met koud water.” Of: “Giet geen koud water over de grote spieren.”
Dit zou ernstige krampen en zelfs een hartaanval kunnen veroorzaken. Dit is een fabeltje! De warmte van het paard wordt overgebracht op het water. Hoe kouder het water, hoe sneller het paard zal afkoelen. Het met koud water afspuiten van de benen voorkomt ook dat de benen gaan opzwellen door de hitte. Wel is het zo dat koud water kan resulteren in afsluiting van de bloedvaten, dus het is aan te raden om het spuiten met koud water af te wisselen met even lopen met je paard – door de beweging openen de bloedvaatjes weer.

“Granen zorgen ervoor dat een paard het warmer krijgt.”
Dus als je je paard granen voert, zal hij sneller oververhit raken. Niet waar. Feit is dat het dieet de lichaamstemperatuur beïnvloedt doordat er warmte vrijkomt als het eten verteert wordt in de dikke darm. Aangezien granen voornamelijk in de dunne darm door enzymen verteerd worden, zullen paarden die veel granen eten (en dus minder hooi) minder eten verteren in de dikke darm, waardoor ze dus minder warmte genereren in het darmkanaal.

“Alleen hard werkende/rennende paarden kunnen oververhit raken.”
Dat is niet waar. Natuurlijk wordt een paard warm door inspanning, maar wat telt is hoe efficiënt die energie gegenereerd wordt. Een paard wat in goede conditie is, zal minder snel warm worden bij inspanning dan een paard dat niet zo fit is (net zoals bij mensen!). Als een paard wat niet zo fit is en wat te dik is, een helling op moet draven, zal hij eerder last krijgen van oververhitting dan een racepaard. Zorg dat je tijdens warme dagen vroeg in de ochtend, laat in de middag of in de avond gaat rijden of longeren, wanneer het wat minder warm is.

Hoe bescherm jij de roze neus van je paard? De Paarden Oppas Service informeert

“Paarden met een roze neus lopen gevaar deze te verbranden in de zon.”
Dit is een feit! Smeer de roze delen in met zonnebrand. Niet alleen de neus, maar denk bijvoorbeeld ook aan de kootholtes. Doe dit een half uur voordat je het paard buiten zet en herhaal dit gedurende de dag een aantal keren, want door het grazen zal de zonnebrand eraf geveegd worden. ’s Avonds kan je de neus nog insmeren met aftersun. Ook zijn er neuskapjes verkrijgbaar bij ruitersportzaken. Deze kapjes bevestig je aan het halster van een paard. Zij beschermen de kwetsbare roze huid tegen de UV stralen van de zon. Doe je je paard liever geen halster om in de wei, vanwege mogelijk verstrikkingsgevaar? Dan kies je voor de zonnebrandcrème en aftersun. Een goed alternatief is om je paard overdag op stal en ’s nachts op de wei te laten. Bij hoge temperaturen is dat niet alleen aan te raden voor paarden met een roze neus, maar ook voor andere paarden. Laat je ze wel overdag op het land, zorg dan in ieder geval dat ze een schuilstal hebben of bomen die schaduw geven, zodat ze geen uren in de volle zon hoeven te staan.

“Bij hoge temperaturen moet je je paard geen zout geven, maar een elektrolyt supplement.”
Dit is een fabeltje! Elektrolyten zijn mineralen zoals natrium, kalium, chloride, calcium en magnesium, die de vochtbalans in het lichaam reguleren. Ze werken als geleiders om het water wat een paard drinkt vast te kunnen houden, wat nodig is in extreme omstandigheden. Een tekort aan elektrolyten kan spierkrampen, vermoeidheid en uiteindelijk uitputting veroorzaken. Aanvulling van elektrolyten door middel van supplementen is in Nederland eigenlijk niet nodig omdat de weersomstandigheden hier niet zo extreem zijn als bijvoorbeeld rond de evenaar. Je hoeft hier pas een beroep op te doen als de temperatuur langdurig boven de 30 graden is, in combinatie met een hoge luchtvochtigheid (boven de 70 %), en dat komt in ons landje maar zelden voor. En dan geldt het alleen voor paarden die zeer zware arbeid moeten verrichten bij meerdaagse wedstrijden, zoals bijvoorbeeld eventing. Een bijkomend feit is dat ons ruwvoer en krachtvoer op zich al voldoende mineralen bevat.

Natrium en chloride (zout), zijn naast kalium de voornaamste elektrolyten die verloren gaan bij het zweten. Een paard heeft een basisbehoefte aan zout van 25 gram per dag – zelfs als hij niet zweet. Zorg dat je in deze basisbehoefte voorziet door middel van bijvoorbeeld een zoutblok!

Natrium is het elektrolyt dat ervoor zorgt dat de hersenen kunnen bepalen of er een impuls moet worden uitgezonden dat het paard meer moet drinken. Als de natriumconcentratie in het bloed toeneemt ten opzichte van het percentage water, dan geven de hersenen aan dat het paard moet drinken. Bij een tekort neemt de dorstprikkel af, wat de kans op uitdroging vergroot.

Chloride (chloor) komt met name voor in keukenzout. Het is samen met natrium en kalium nodig voor een goed evenwicht in de vochthuishouding van het lichaam. Zout, dat bestaat uit natrium en chloride, is de belangrijkste bron voor chloride.

Nog een paar tips:
Lucht je stal goed door, zodat de temperatuur op stal niet te hoog oploopt. De ideale staltemperatuur voor volwassen paarden is 10-15˚C. Heb je jonge veulens, dan mag de temperatuur tussen de 15 en de 20˚C liggen. Plaats eventueel een ventilator in je stal, maar zorg dat je paard daar niet bij kan en dat deze niet direct op je paard gericht staat! Op het land is een schuilstal essentieel, zodat je paard een schaduwplekje kan opzoeken. Bomen kunnen natuurlijk ook de benodigde verkoeling geven tijdens de hitte.
Gebruik in de hitte geen warme bandages of beenbeschermers, want te warme pezen zijn gevoeliger voor blessures! Denk je dat je paard toch beenbescherming nodig heeft, kijk dan eens wat er binnen de eventing beschikbaar is.
Tijdens het verteringsproces produceert een paard veel warmte en als je paard het erg warm heeft, zal hij zijn lichaamstemperatuur proberen te reguleren door minder te eten. Bij warmte worden de bloedvaten in de huid wijder. Door die bloedvaten stroomt dan meer bloed. Gevolg hiervan is dat de huid warmer wordt en de extra warmte door zweten afgeeft aan de omgeving, waardoor het paard afkoelt. Onderzoek heeft uitgewezen dat een paard wat veel zweet wel 16 liter vocht kan verliezen in een uur tijd! Zelfs als een paard licht zweet, verliest hij ongeveer 4 liter vocht per uur.

In het kort: geef je paard ongelimiteerd water (inname en afspoelen), veel zout en zorg dat je een paard onder hoge temperaturen niet te hard laat werken. Zo voorkom je dat je paard oververhit of uitgedroogd raakt.

Hoefkatrol

De Paarden Oppas Service over hoefkatrolWist je dat ieder paard hoefkatrol heeft? Maar gelukkig hebben ze niet allemaal een hoefkatrolontsteking!
De hoefkatrol is een deel van de hoef en bestaat uit het hoefbeen, kroonbeen, de diepe buigpees, de slijmbeurs, ligamentjes en het straalbeen. De hoefkatrol maakt het mogelijk om de ondervoet te kunnen buigen. Is er sprake van een hoefkatrolonsteking, dan is de slijmbeurs chronisch geïrriteerd geraakt doordat het kraakbeen rafelig is geworden ten gevolge van de slijtage. Het komt het meeste voor in de voorbenen.

Wat zijn mogelijke oorzaken?

Hoefkatrolontsteking ontstaat door een (chronische) overbelasting van het hoefkatrolapparaat. Je ziet het bijvoorbeeld vaak bij springpaarden: bij de landing na een sprong veert de ondervoet zo ver door dat de kogel bijna de grond raakt. Dit is een enorme belasting voor de ondervoet. Een andere reden kan overgewicht zijn – dit kan leiden tot een overbelasting van de hoefkatrol. Het kan ook een storing in de ontwikkeling van de groei van het paard zijn. Ook het te vroeg gaan beleren van een jong paard kan zorgen voor overbelasting. Als een paard vaak op harde grond traint, zal hij gevoeliger zijn voor hoefkatrolontsteking. Het kraakbeen zal dan immers sneller slijten. Door verkeerde hoefverzorging kan er ook een disbalans ontstaan in de belasting van de benen van het paard, wat kan resulteren in hoefkatrolontsteking. Voeding kan een geleider zijn: veel snelle koolhydraten kunnen ontstekingsbevorderend werken.

Mogelijk speelt er ook een erfelijke component in het optreden van hoefkatrolontsteking. Er is een theorie dat hoefkatrolontsteking is ontstaan door een verkeerd fokbeleid: ‘Het komt niet voor niets het meeste voor bij KWPNers. Ooit werden er drie hengsten ingezet die het vererfden bij de omvorming van het Gelderse en Groninger paard naar het hedendaagse KWPN-sportpaard. Vanuit deze combinatie ontstond hoefkatrolontsteking. l’Invasion, Koridon XX en Duc de Normandie gaven het door. Voordat deze paarden in Nederland dekten, kende men geen hoefkatrolontsteking.’

Wat zijn de symptomen?

Kreupelheid hoeft niet het eerste symptoom te zijn waaraan je merkt dat er iets mis is. Je kan merken dat je paard pijn heeft tijdens het trainen, met name bij het maken van korte wendingen of bij lange/intensieve trainingen. Je paard gaat dan krampachtig lopen en zal wat verstijven in de benen. Je paard kan ook een afwijkende stand van de benen hebben: die staan dan niet meer recht. Vaak leunt het paard wat achterover om zo de pijnlijke voorbenen te ontzien. De voorbenen worden vaak meer belast en hebben daardoor een grotere kans op hoefkatrolontsteking.

Diagnose en behandeling

Röntgenfoto’s en echo’s kunnen aangeven of het hier om een hoefkatrolonsteking gaat. De dierenarts kan dan ontstekingsremmers of kruiden geven, die tevens pijnstillend werken. Neem de tijd om je paard te revalideren!

Voor de genezing van ziekten en ontstekingen in het algemeen is een goede doorbloeding essentieel. Bij hoefkatrolontsteking is een goede doorbloeding van de hoeven belangrijk. Als een paard lang op stal staat, zal de doorbloeding van zijn hoeven minder zijn. Tijdens beweging stroomt er meer bloed door de hoeven en hierdoor zetten de hoeven uit. Hoefijzers kunnen deze natuurlijke functie tegenwerken.  Het hoefmechanisme is van groot belang voor de bloedvoorziening van het hele paardenbeen. In 5 stappen wordt er mogelijk zelfs een liter bloed door de hoeven gepompt. Regelmatig bewegen is dus stimulerend voor het herstel van je paard. Paarden die in het wild leven, slapen maar een uur per dag. Zij houden het hoefmechanisme aan het werk door veel te bewegen. De hoeven zetten uit en krimpen in tijdens het lopen. Dit zorgt voor een goede doorbloeding, wat de kans op ontstekingen reduceert. Wat wij hiervan kunnen leren is dat regelmatig bewegen nodig is voor het welzijn van het paard.

Want natuurlijk is het essentieel om naar de oorzaak te kijken en die, waar mogelijk, weg te nemen.

Voorkomen is beter dan genezen

Wat betreft voeding: zorg dat je paard niet te zwaar is en geef hem voldoende omega 3-vetzuren en gamma-linoleenzuur. Dat werkt ontstekingsremmend. Zie ons blog over de spijsvertering van paarden.
Als snack kan je af en toe Hennep Bites geven. Die zijn rijk aan vezels, omega’s 3-6-9, essentiële aminozuren, natuurlijke vitaminen A, B1,2,3 en 6, vit. C, D,E en minerale sporenelementen.

Wat betreft hoefmanagement: zorg voor goede bekapping en hoefverzorging.

Wat betreft training: beleer je paard niet te vroeg, doseer de trainingen (liever vaker en korter) en werk op zachtere grond.

In het kort: goed voedings-, hoef- en trainingsmanagement toepassen verkleint de kans op hoefkatrolontsteking en helpt bij het herstel.
Je paard is afhankelijk van jou, dus zorg dat hij niet de dupe wordt van jouw verkeerde gewoontes! Neem jouw aanpak eens goed onder de loep (haal er evt. een professioneel bij) en kijk eens of er punten ter verbetering te vinden zijn. Jouw paard zal je dankbaar zijn en jij zult langer van hem kunnen genieten!

MEDIHONEY® Wondgel

Medical Honey van MediHoney nu te koop bij de Paarden Oppas ServiceMEDIHONEY® is een verbazingwekkend effectieve wondgel, die tot voor kort alleen nog maar verkrijgbaar was voor de veterinaire markt. Maar nu kan je deze superwondgel zelf bestellen bij de Paarden Oppas Service! Daar zijn we heel enthousiast over, want het is absoluut een fantastisch product! We hebben de wondgeld zelf al getest en zagen dat het behandelde wondje echt verrassend snel heelde! Fijn om te weten dat het een natuurlijk product is wat geen bijwerkingen kent. Zelfs bij jonge dieren kan het langdurig gebruikt worden als er sprake is van grote wonden.

MEDIHONEY® heelt en reinigt grondig en vermindert littekenvorming. De wondgel is gemaakt van Manuka honing uit Nieuw-Zeeland. Deze honing staat bekend om zijn unieke anti-bacteriële eigenschappen en bevat geen pesticiden. Het is zelfs bewezen dat Manuka honing werkzaam is tegen resistente bacteriën zoals MRSA. Uit verschillende klinische studies is gebleken dat MEDIHONEY® een beduidend snellere wondgenezing geeft dan andere wondzalven of -gels.

De Paarden Oppas Service verkoopt zowel de Medical Honey – 100% antibacteriële honing (voor diepe wonden) als de Antibacteriële Wondgel (voor kleine wondjes).De Paarden Oppas Service verkoopt MediHoney Wondgel

De Medical Honey is samengesteld uit 100% gereinigde en gesteriliseerde Manuka honing. MEDIHONEY® antibacteriële honing is vrij dun en vloeibaar en daardoor uitermate geschikt voor diepere wonden, of voor het bereiken van diepe groeven zoals bij rotstraal. Ook is het een goede ondersteuning voor snelle heling van mok, bijtwonden, snijwonden, schaafwonden, operatiewonden, etc. Je kunt het makkelijk uitsmeren en bij verbandwisselingen kan je het ook makkelijk weer afspoelen.

MEDIHONEY® Antibacteriële Wondgel is samengesteld uit 80% honing en 20% bijenwas. De  wondgel is iets dikker van samenstelling en daardoor geschikt voor meer oppervlakkig gebruik. Deze wondgel wordt gebruikt om wondinfecties te behandelen en te voorkomen.

Uitproberen? Ga snel naar de Shop van de Paarden Oppas Service!

Pas op voor Jacobskruiskruid!

Jacobskruiskruid – weet jij het te herkennen?

Jacobskruiskruid belicht door de Paarden Oppas ServiceAls paardenhouder en paardenverzorger is het essentieel om te weten welke planten wel en niet goed zijn voor paarden. Intuïtief weten paarden wel welke planten ze nodig hebben om een tekort aan vitaminen en mineralen aan te vullen en welke planten ze beter kunnen mijden omdat die stoffen bevatten die niet goed voor hen zijn (denk aan Jacobskruiskruid, Rododendron, Vingerhoedskruid en Zuring). Heb je echter meerdere paarden rondlopen en ontstaan er tekorten, dan kan het zijn dat de paarden die lager in de rangorde staan van giftige planten en kruiden gaan eten. Dus het is belangrijk om te zorgen dat de paarden voldoende gebalanceerd voedsel aangeboden krijgen. Maar daarmee is het gevaar niet afgedaan! Want als mensen het natuurlijk evenwicht in de begroeiing verstoren door te gaan maaien, kan het zijn dat giftige planten versneden tussen het gemaaide gras terecht komen, waarna het paard ze toch binnen kan krijgen.

 

Jacobskruiskruid herkennen
Neem bijvoorbeeld Jacobskruiskruid. Je kent het wel: die plant met al die kleine gele bloemetjes! Die bloeien van juni tot oktober. Maar wist je dat de plant maar twee jaar leeft en dat hij in het eerste jaar geen Paarden Oppas Service over Jacobskruiskruidbloemen heeft? Het is dus zaak dat je de ovaalvormige blaadjes goed weet te herkennen. In de bladeren en bloemblaadjes zitten kleine oliekliertjes. Als deze worden gekneusd, loopt de olie eruit en dit geef roestbruine vlekken. Dat deze plant een meester is in vermommingen blijkt nogmaals als het proces van afsterven begint: wanneer de bloemen veranderen in zaadpluizen, verpietert het blad en daardoor is het nog maar moeilijk herkenbaar. Zie je een oranjebruin gestreepte rups op de plant waarvan jij vermoedt dat het Jacobskruiskruid is, dan is dat de bevestiging die je zoekt: dit is de rups van de Sintjacobsvlinder. Het kruid groeit in bosjes bij elkaar komt vaak voor op weilanden en in bermen en wanneer hier gemaaid wordt,  is de kans groot dat het in het hooi terechtkomt. Zo lang het Jacobskruiskruid groeit, zullen de meeste paarden het intuïtief niet aanraken. Het kruid heeft ook een bittere smaak, waardoor het niet aantrekkelijk is om te eten. Als een paard het echter in gedroogde vorm aangeboden krijgt in het hooi, is de bittere smaak sterk en de typische geur afgenomen, maar de giftigheid niet! Het is dus zaak om je hooi goed te controleren.

Gevaar voor je paard
Wat gebeurt er als je paard dit kruid eet? De gifstoffen komen in de darmen terecht en tasten vervolgens de lever aan. De dode levercellen worden door het lichaam afgevoerd, maar de gevolgen zijn littekenweefsel en natuurlijk een verminderde werking van de lever. De functie van de lever is het ontgiften en reinigen van het lichaam. Als de lever niet goed meer werkt, wordt het paard dus van binnenuit vergiftigd! Een paard kan dan of heel sloom worden juist ongebruikelijk wild. Dit komt doordat ammoniak, wat aangemaakt wordt in de darmen, niet meer wordt omgezet in de lever en een ammoniakvergiftiging verstoord de hersenfunctie. Het dier wordt er letterlijk gek van!

Behandeling
De dierenarts kan door middel van bloedonderzoek vaststellen of er sprake is van leverbeschadiging en hij kan de ontsteking tegengaan met Prednisolon. Heeft het dier echt kolder in de kop, dan zal hij enkele dagen aan het infuus moeten om de stofwisseling en ontgifting snel en grondig aan te pakken. Bij mildere vormen wil een behandeling met Mariadistel nog weleens helpen: dit heeft een sterk ontgiftende werking op de lever.

Hoe kom ik eraf?
Stel dat jij Jacobskruiskruid op jouw terrein hebt staan, wat staat je dan te doen? Graaf het uit! Pak er een schepje bij en zorg dat je alle wortels meeneemt, anders groeien er zo weer nieuwe planten. Sommige mensen krijgen een allergische reactie bij huidcontact met Jacobskruiskruid, dus doe voor de zekerheid tuinhandschoenen aan! Deponeer de uitgetrokken planten in de groenbak om verdere verspreiding tegen te gaan, dus niet op de composthoop!

CPL is geen mok

CPL is de afkorting voor Chronisch Progressief Lymfoedeem, een aandoening die met name bij koudbloeden voorkomt en slecht te genezen is. CPL werd tot voor kort niet erkend en vaak abusievelijk bestempeld als een vorm van mok.  

Professor Marianne Sloet van de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht legt uit: “Mok is geen ziekte op zich, maar een verzamelnaam voor allerlei huidaandoeningen die aan de onderbenen van paarden voorkomen. De meeste vormen van mok zijn goed te behandelen, maar helaas is voor paarden met CPL (nog) geen genezing mogelijk.” CPL wordt mede veroorzaakt door slecht functionerende lymfevaten in de onderhuid. De exacte oorzaak hiervan is nog niet bekend. Bij paarden met CPL is sprake van te weinige elastine en/of afwijkend elastine in de huid, het onderhuidse weefsel en rond de lymfevaten, waardoor vocht niet goed wordt afgevoerd. Als onderhuids vocht (oedeem) langdurig in de onderbenen blijft, treden er cellen uit de vaten die langzaam weefsel vormen, waardoor het been dik blijft. 

Mok is een huidontsteking van de kootholte en kan zich in verschillende vormen uiten. De huid kan pijnlijk en rood worden en bij verergering raken ook de diepere huidlagen ontstoken. Dan kan de huid verdikken en gaan plooien. Alle vormen van mok kunnen zich ook hoger op het been voordoen, in dergelijke gevallen spreekt men ook wel van ‘rasp’.

Meer weten over CPL en mok, hoe het ontstaat en wat je eraan kunt doen?
Ga dan 7 februari naar de lezing van Praktijk Paard en Hond

Tip van de Paarden Oppas Service: lezing over CPL

Jaarlijkse gebitscontrole: onzin of noodzaak?

Paardentandarts op www.PaardenOppasService.nl

Steeds meer paarden worden jaarlijks nagekeken/behandeld door een gebitsverzorger (in de volksmond ook wel: paardentandarts). Is dit een zogenaamde ‘hype’ of heeft het daadwerkelijk zin?

Een paard is gemaakt om een groot deel van de dag allerlei gras- en plantensoorten te kunnen vermalen. Daarom verschilt het paardengebit van een mensengebit: op de hoektanden na, groeien de tanden en kiezen continu uit de kaak. Het gebit blijft netjes in vorm doordat de elementen op elkaar afslijten tijdens het malen. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom dit slijtingsproces niet goed verloopt. Enkele voorbeelden: 1. de tanden en kiezen kunnen niet mooi recht op elkaar staan (bijvoorbeeld bij een onder- of overbeet), 2. er kan een kies verloren zijn (de tegenoverliggende kies kan dan nergens op afslijten), of 3. het paard maalt niet vaak of krachtig genoeg tijdens het eten. Dit laatste is bij veel paarden het geval, omdat veel paarden niet de hele dag door eten krijgen. Het eten dat ze eten is bovendien te ‘gemakkelijk’ te kauwen (denk bijvoorbeeld aan de geconcentreerde voedingsstoffen in de vorm van biks).

Wanneer een gebit niet goed afslijt dan noemen we dit gebit ‘uit balans’. Er kunnen hoogteverschillen ontstaan of haken of scherpe randen die voor pijn en ongemak zorgen. Ook kunnen paarden problemen krijgen met wisselen. Door onbalans kunnen er ruimtes tussen kiezen komen (zogenaamde diastases) waar eten tussen gaat rotten, wat vervolgens weer kan leiden tot tandvleesontsteking. Er zijn hiernaast nog veel meer gebitsproblemen op te noemen. Een paard met een gebitsprobleem kan klachten vertonen als slecht eten, proppen kauwen, vermageren, uit de mond stinken, het bit slecht aannemen, enzovoorts. De meeste paarden krijgen deze klachten echter pas zichtbaar wanneer er al vergevorderde problemen in de mond zijn. Hierom is het verstandig om ook zonder klachten een gebitscontrole te laten doen om grote problemen voor te zijn. De jaarlijkse gebitscontrole heeft dus daadwerkelijk zin!

De hoofdtaak van een paardentandarts is het uitbalanceren van het gebit, dat wil zeggen: de kiezen weer op gelijke hoogte brengen en alle scherpe randen en haken verwijderen. De onderkaak van een paard moet volledig voor- achterwaarts en zijwaarts kunnen bewegen zonder ergens op te blokkeren. Het paard moet fijn kunnen eten en fijn berijdbaar zijn (met of zonder bit).

Om onder andere de hoeken van de kauwoppervlaktes juist te houden, om ook achterin de mond precies te kunnen werken en om alle pascontroles goed te kunnen doen is het paard idealiter verdoofd en wordt de behandeling elektrisch uitgevoerd. Alleen een dierenarts is bevoegd om een paard in het bloedvat te verdoven.www.PaardenOppasService volgt Paardentandarts Klaartje van Delden

Let op: paardentandarts is een vrij beroep. Dit betekent dat iedereen dit vak mag uitoefenen, ook mensen zonder enige vorm van opleiding. Een degelijke paardentandarts heeft een opleiding gevolgd en doet aan regelmatige nascholing, werkt met een mondklem en een goede lichtbron, staat open voor vragen en laat je meekijken en voelen als dat mogelijk is. In Nederland is in 2010 de NVVGP (Nederlandse Vereniging Voor Gebitsverzorging bij het Paard) opgericht waar paardentandartsen samenkomen voor nascholing. Op de website www.nvvgp.nl is te zien welke paardentandartsen zich hierbij hebben aangesloten, zodat je een goede keuze kunt maken.

Dit artikel is geschreven door paardentandarts Klaartje van Delden. Zij heeft de opleiding tot dierenarts succesvol afgerond en zich daarna volledig toegelegd op de paardentandheelkunde.
Ze is werkzaam in de regio Zuid-Holland en omstreken.

Voor meer informatie en foto’s kun je kijken op de website www.paardentandartskvd.nl.

Wat kost een eigen paard?

Kosten eigen paard www.PaardenOppasService.nlHet is een hele stap om je eigen paard te kopen. Niet alleen qua verantwoordelijkheid en tijdsinvestering, maar ook qua financiële investering. Naast de aanschaf van het paard en het tuig, wat bij elkaar toch al snel enkele duizenden euro’s kost, zijn er de maandelijks terugkerende kosten van de stalling en het onderhoud. Stalling kost je gemiddeld 250 euro en als je wekelijks lest ben je per maand rond de 100 euro kwijt: Een gemiddelde groepsles op een manege kost € 15,- per uur, een privéles kost gemiddeld € 40,- per uur. Als je ervoor kiest wedstrijden te rijden komen de kosten van een startkaart en inschrijfkosten per proef daar nog overheen.
De hoefsmid moet eens in de twee maanden komen en die rekening bedraagt om en nabij de € 75,-. Daarnaast heb je nog kosten aan gebitsverzorging, wormenkuren, inentingen en evt. dierenartskosten. Het is verstandig om een potje van een paar duizend euro achter de hand te hebben voor als er iets met je paard mocht gebeuren. Als je paard moet worden opgenomen in de paardenkliniek, dan kost je dat al gauw minimaal € 1500,-.

Er zijn verschillende soorten verzekeringen die je kunt afsluiten om je tegen dit soort kosten te verzekeren. De kosten daarvan variëren, afhankelijk van hoeveel je wilt verzekeren.

Staat je paard op een pensionstal, dan betaal je meestal een all-in fee van circa 300 euro (stalling, voer, gebruik van bak en stapmolen, verzekering, entingen, ontwormen). Alleen weidegang hoeft slechts 75 euro per maand te kosten, maar aan een luxe volpension kan je zelfs 500 euro per maand kwijt zijn! Bovengenoemde prijzen zijn een indicatie. Prijzen kunnen per regio verschillen.

Weet dus wel waar je aan begint, want het gaat om serieuze bedragen! Hou ook rekening met het feit dat jouw omstandigheden kunnen veranderen: je wil er eigenlijk niet aan denken, maar kan je je nog steeds een paard veroorloven als je je baan verliest, of minder gaat verdienen? Heb je genoeg geld, ook voor onvoorziene omstandigheden en heb je een leuk paard op het oog? Laat het paard dan voordat je hem koopt zeker keuren door een dierenarts. Het is verstandig om een keuring met foto’s te laten doen. Dit kost wel meer dan een klinische keuring (circa 400 euro in plaats van 150), maar op de foto’s kan een dierenarts zien of er sprake is van gebreken aan de benen, veroorzaakt door bijvoorbeeld artrose of ocd. Meestal betaalt de koper de kosten voor de keuring, maar soms wil de verkoper ook wel meebetalen. Een punt van onderhandeling! Een koopcontract kan je gratis downloaden van het internet. Essentieel in het contract is de clausule over verborgen gebreken zoals kreupelheid, bepaalde karaktereigenschappen en stalgebreken. Mocht je na de koop dit soort zaken constateren, dan is de verkoper verplicht om het paard terug te nemen.

Als je paard aan huis staat, dan zitten de kosten voor het land en de stallen inbegrepen in je hypotheek of huursom: die is maandelijks natuurlijk hoger dan wanneer je geen wei en stallen erbij hebt. De kosten die je kwijt bent aan voeding zijn afhankelijk van het soort paard dat je hebt: een shetlander kost je misschien 30 euro per maand, terwijl een sportpaard je wel 200 euro aan voeding kan kosten.
De paardentandarts kijkt voor  rond de € 15,-/ € 20,- het gebit van je paard na en geeft voor gemiddeld 55 euro een basisbehandeling.
Je zal jouw paard af en toe moeten ontwormen en dat kost gemiddeld € 15,- per spuit (grote paarden hebben mogelijk 2 spuiten per keer nodig). Vroeger werd paardenhouders aangeraden om hun paard iedere twee maanden een wormenkuur te geven. Dat is echter achterhaald. Het is beter om regelmatig mestonderzoek te doen en op basis daarvan zo nodig je paard te ontwormen. Check af en toe bij het uitmesten de vijgen en laat de mest minstens drie keer per jaar testen. Daarnaast is het belangrijk om een goed weidemanagement toe te passen. Op deze manier zal je minder vaak wormenkuren hoeven te geven. Omdat je paard minder medicatie binnenkrijgt, is de kans op resistentie kleiner én je bespaart er kosten mee!

Je zal gemiddeld 2 uur per dag bezig zijn met je paard en dat iedere dag! Natuurlijk wil je ook weleens met vakantie of een dagje weg. Wie zorgt er dan voor je paard? Dan kan je gelukkig een beroep doen op de Paarden Oppas Service!

Met vakantie? Paarden Oppas Service voor je paard!