Paarden in de winter

Wat kan jij extra doen voor je paard in de winter?

Wat voor speciale zorg geef jij je paard in de winter? Geef je hem krachtvoer of extra hooi, slobber of bietenpulp? Heeft hij bescherming nodig tegen de elementen en hebben de hoeven extra zorg nodig? Krijgt hij voldoende beweging?

Beweging

Veel paarden krijgen in de winter te weinig beweging. Wist je dat een paard vier uur per dag moet bewegen, verdeeld over verschillende momenten per dag? Blijf met je paard rijden of longeer hem, als hij onvoldoende beweging krijgt op het land. De frisse winterlucht is goed voor zijn longen: dit kan hoesten voorkomen. Ondertussen kan de stal lekker luchten: zet de boel maar even open! Indien je paard niet op het land kan, ga dan met hem lopen op het erf of buiten: stappen op een harde bodem versterkt de pezen en banden in zijn benen. Ga je op de openbare weg met je paard, zorg dan dat jullie beiden goed verlicht zijn op die donkere winterdagen! Gebruik je een bit, zorg er dan voor dat de kou van het bit af is, voordat je het aanbiedt aan je paard. Je paard zal je dankbaar zijn! Als je paard bezweet is na het rijden, droog hem dan af met een handdoek en doe hem een deken op. Het is niet verstandig om je paard te berijden op een bevroren ondergrond. De kans op uitglijden is groot en dan kan je paard een been breken! Rij je op een hobbelig terrein waar delen bevroren zijn, dan loop je kans dat hij zijn hoefbeen breekt door de piekbelasting op de zool van zijn hoef. Het advies is dus: rij of longeer bij vorst in de binnenbak of geef je paard ijsvrij!

HoefverzorgingHoefverzorging

Het is altijd belangrijk om goed te zorgen voor de hoeven van je paard, maar helemaal als je land modderig is: je wilt niet dat je paard een schimmelinfectie oploopt! Als je paard minder beweegt en op een natte wei staat, is de kans op mok en rotstraal groter. Door de vochtige huid kunnen bacteriën makkelijker de huid binnendringen, wat kan resulteren in mok. Daarom is het belangrijk om de kootholtes van je paard goed schoon te spuiten en af te drogen voor je hem op stal zet. Krab de hoeven dagelijks goed uit, laat regelmatig het ongezonde hoorn wegsnijden en geef je paard genoeg beweging, zodat ook de hoeven goed doorbloed blijven. Wist je dat hoeven in het teengedeelte meer groeien dan in de verzenen, waardoor je op den duur een standverandering kan krijgen van de ondervoet? Ook al groeien de hoeven in de winter minder snel, toch is het zaak om ze zeker iedere twee maanden te laten bekappen. Let er bij vorst op dat je paard geen stukjes ijs onder zijn hoeven heeft zitten. Hierdoor kan je paard onregelmatig gaan lopen en dat is uiteraard slecht voor de spieren en pezen. Ligt er ijs op je paddock, strooi daar dan wat zand, om te voorkomen dat je paard uitglijdt.

Bescherming tegen de elementen

Zijn de dekens die je paard buiten draagt nog steeds waterdicht? Zo niet, dan kan je ze zelf weer waterdicht maken. Wil je weten hoe? Klik hier (hier lees je ook hoe je gescheurde dekens in een handomdraai zelf kan herstellen!). Is je deken niet waterdicht, dan zal deze op den duur verzadigd raken en onder een natte deken krijgt je paard het natuurlijk koud! Voorkom striemen door je paard een goed passende deken te geven. Zorg dat de riemen niet los kunnen raken: dit kan gevaarlijk zijn. Je paard kan erover struikelen of erin verstrikt raken.
Bomen in de wei kunnen enige bescherming geven tegen de elementen, maar zorg ook voor een schuilstal. Maak de schuilstal groot genoeg voor het aantal paarden wat er op de wei loopt. Er moet genoeg ruimte zijn voor de paarden die lager in de rangorde staan en die om die reden niet zo dichtbij de andere paarden staan.

Voeding

Wist je dat een paard per dag 2% van zijn lichaamsgewicht in droge stof nodig heeft om in zijn basisbehoefte aan vezels en voedingsstoffen te voorzien? Per 100 kilo lichaamsgewicht komt dat op 1,5 tot 2 kilo hooi of gras per dag. Stel: je hebt een paard van 600 kilo. Dan is de berekening als volgt: (600 kg : 100) x 2 = 12 kg droge stof. Hooi bevat ca. 84% droge stof: (12 : 84) x 100 = 14 kg hooi per dag. Natuurlijk praten we hier over een gemiddelde: sommige paarden hebben minder dan 2% van hun lichaamsgewicht nodig in voedsel, terwijl anderen (zoals drachtige merries, sportpaarden, dekhengsten en oudere paarden) wel 3% van hun lichaamsgewicht nodig hebben in voedsel. In de winter heeft je paard meer ruwvoer nodig om warm te kunnen blijven. Bij het bepalen van de hoeveelheid die je paard nodig heeft, dien je rekening te houden met de conditie van het paard en hoeveel er fysiek van hem verwacht wordt. Je kunt dit het beste in overleg met je dierenarts bepalen. Geef je jouw paard kuilgras, dan heeft hij meer nodig om in de basisbehoefte aan voedingswaarden te voorzien, want kuilgras bevat meer water dan hooi (hooi bevat 84% droge stof en kuilgras 57 – 65%). Geef niet teveel krachtvoer als je paard niet veel hoeft te doen, want het krachtvoer bevat snel verteerbare suikers en die kunnen dan gaan ophopen in de spieren (spierverzuring).
Weet je niet hoe zwaar je paard is? Je kunt dit bij benadering uitrekenen door de borstomvang van je paard te meten (vanaf de schoft onder de buik door en weer tot de schoft) en dit te vermenigvuldigen met 4.3. Dit getal plus de schofthoogte in centimeters maal 3 en dat minus 785. Ter indicatie: een shetlander weegt tussen de 200 en de 250 kilo, een Welsh pony tussen de 200 en de 330, een Fjord en een Arabier wegen beiden tussen de 400 en de 500, en een Tinker tussen de 500 en de 800 kilo.
Ter ondersteuning kan je je paard af en toe slobber geven. De mix hiervoor kan je kopen en aanmaken met warm water of je mengt zelf zemelen, gekookt lijnzaad, bietenpulp (goed weken!) en eventueel wat geplette haver en wat olie.

Water

Natuurlijk is het belangrijk dat je jouw paard daarnaast voldoende water aanbiedt, want het eten van grote hoeveelheden hooi kan harde ontlasting veroorzaken. Let op dat je waterleidingen niet bevriezen, en dat het water wat in emmers staat niet bevriest. Zet de emmers of speciebakken in een bedje van stro, zodat ze niet direct in contact staan met de koude grond. In de winter vinden paarden het lekker om lauw water te drinken: daar doe je ze echt een plezier mee! Sowieso is het slim om de bakken buiten aan te vullen met warm water, zodat het eventuele ijs erin ontdooit en het water minder snel bevriest. Er zijn ook speciale anti-vries drinkbakken te koop, maar daar betaal je al snel 400-500 euro voor. Wat het bevriezen van het water in de bakken buiten ook tegen kan gaan, is een bal erin – door de beweging van de bal zal het water iets minder snel bevriezen. Zorg dat je paard een zout- of mineralenblok heeft – het likken aan het blok stimuleert de waterbehoefte.

Paardendekens weer heel en waterdicht maken

Het gebeurde ons tijdens onze vorige paardenoppasopdracht: de paarden stonden buiten met dekens om en het begon te plenzen. Gelukkig hadden we ze waterdichte dekens op gedaan, dus we lieten ze gewoon buiten. Maar toen het toch wel erg lang hard doorregende, besloten we ze binnen te halen. En wat bleek: de waterdichte dekens waren helemaal niet meer waterdicht!

Daar zit niemand op te wachten, want je wilt je paarden de bescherming geven die de dekens beloven. Wat doe je dan? Nieuwe dekens kopen? Die dingen zijn behoorlijk duur. Gelukkig is er een andere optie: je kunt de dekens namelijk opnieuw waterdicht maken.

De Paarden Oppas Service informeert over waterdicht maken paardendekensHoe? Door bij een kampeerwinkel of doe-het-zelf zaak een impregneermiddel te kopen wat gebruikt wordt om tenten waterdicht te maken. Bijvoorbeeld van Anchor Extra of Ultramar. Als de zaak een huismiddel heeft, kan je hier uiteraard ook voor kiezen. Een goede ruitersportzaak wil zo’n impregneermiddel ook nog wel eens verkopen. Goedkoper is het om het bij de Action te halen: daar betaal je nog geen anderhalve euro voor een busje. Deze middelen zijn verkrijgbaar in de vorm van een shampoo of een spray. Het makkelijkste in gebruik zijn de sprays. Laat je deken eerst wassen/was hem zelf. Hang je paardendeken dan over een hek of een paardendekenrek of – beugel. Als het waait, zorg dan dat je de wind in de rug hebt, want jij wilt die spray natuurlijk niet in je gezicht krijgen. Uit voorzorg kan je het beste een mond-neuskapje opzetten en wegwerphandschoenen dragen. Lees, voor je gaat sprayen, goed de gebruiksaanwijzing. Laat de deken na het sprayen minstens 24 uur drogen. Afhankelijk van het product dat je gebruikt, doe je dat binnen of buiten: sommige sprays waarschuwen dat je de behandelde producten niet in de zon moet laten drogen.De test om te zien of je deken waterdicht is

Als de deken eenmaal droog is, doe je een test: je gooit er wat water op om te kijken of de druppels erop blijven liggen/eraf glijden, of door de stof heen dringen. Als het water er toch nog doorheen gaat, betekent dat simpelweg dat een tweede behandeling nodig is. Wacht 24 uur voordat je de tweede behandeling geeft. Op de foto rechts zie je dat de druppels echt op de deken blijven liggen, en er niet intrekken. Deze deken heeft geen tweede behandeling nodig!

Zo kan je paardendeken nog zeker een jaartje mee!

Nog een tip: gescheurde dekens kan je makkelijk repareren door middel van een reparatiedoek of strijklapje. Deze zijn verkrijgbaar bij de HEMA en bij veel founiturenzaken. Tijdens één van onze oppasopdrachten beet het ene paard de deken van het andere paard kapot en toen hebben we dit snel gemaakt door zo’n strijklapje te gebruiken. De paardenhouder in kwestie had tot op dat moment dekens altijd zelf genaaid als ze gescheurd waren, maar sinds ze dit ontdekt heeft, gebruikt ze niets anders dan deze reparatiedoeken!

Zo gaan paardendekens langer mee, en dat scheelt weer in de portemonnee!

Deel dit bericht om ook andere paardenhouders hierop te attenderen!

Belangrijke informatie over dekens en halsters!

Winterdeken Paarden Oppas Service

Van lente in de herfst, zijn we opeens in de echte herfst terecht gekomen en gaan we met rassé schreden de winter tegemoet. Onze paarden krijgen een mooie, dikke wintervacht. Ziet er prachtig uit, maar als we hard met ze werken, zweten ze wel eerder en het zweet droogt langzamer op door de dikke vacht. Dan kiezen we er soms voor om de paarden te scheren. Maar als we de natuurlijke bescherming van een paard weghalen, zullen we hem een deken om moeten doen. Want waar een ongeschoren paard zich het lekkerst voelt bij een temperatuur van -5 en +15 graden, voelt een geschoren paard zich het prettigst bij een temperatuur tussen de 10 en 20°C. Dus komt de temperatuur onder de tien graden, dan kan je een geschoren paard het beste een deken omdoen. Ongeschoren paarden hoef je in principe pas bij een temperatuur lager dan -5 een deken te geven. Dus niet meteen wanneer jij het koud hebt, maar rekening houdende met de thermoneutrale zone (omgevingstemperatuur waarin paarden het beste hun lichaamstemperatuur kunnen reguleren). Bedenk wel dat oudere paarden minder goed warmte vast kunnen houden, dus die zal je wat eerder een deken om willen doen. Als het veel regent en hard waait (wat het helaas regelmatig doet in de herfst!), zorg dan dat je paard in ieder geval een schuilstal heeft, want de gevoelstemperatuur ligt dan een stuk lager.

Is een paardendeken essentieel?
Geschoren paarden krijgen in de winter sowieso een deken om en de ongeschoren paarden als het flink vriest. Er zijn ook genoeg paardenmensen die hun ongeschoren paarden lekker ‘bloot’ buiten laten lopen en als je paardje het daar goed bij doet is daar niets op tegen! Als je voornamelijk buiten rijdt en je paarden het jaar rond buiten staan, is het beter om ze niet te scheren, want dan zouden die paarden eerder een verkoudheid op kunnen lopen. Zorg dan wel dat je je ongeschoren paard goed droog laat stappen of gebruik een zweetdeken om het zweet te absorberen. En vergeet niet de zweetdeken op tijd weer af te doen!

Welke deken?
Er zijn heel veel soorten paardendekens verkrijgbaar: eczeemdekens, staldekens, winterdekens, zomerdekens, regendekens, onderdekens, zweetdekens, veiligheidsdekens, etc. Voor een brede selectie ga je naar Minihorseshop.nl.

Als een deken toch echt wel nodig is, dan is de volgende vraag: welke deken? Naast de verschillende soorten, heb je ze ook nog in allerlei diktes! Doe je je paard een te dikke deken om, dan gaat hij zweten en wordt de voering nat. Omdat hij zijn warmte dan niet kwijt kan, krijgt hij het van het vocht juist koud en dat wil je niet! Je kan je paard als hij naar buiten gaat over de staldeken een deken voor buiten omdoen, maar bedenk dan wel dat dit al snel behoorlijk warm is door de isolerende werking van de lucht die tussen de dekens zit.
Kim Hodgess, die in Engeland aan Duchy College in opleiding is voor Meester in de Exacte Wetenschappen, presenteerde in september 2018 tijdens de conferentie van de International Society of Equitation Science  2018 (ISES) in Rome haar onderzoek naar lichaamstemperatuurstijging van paarden bij het gebruik van verschillende dekens. Dit onderzoek toont aan dat de lichaamstemperatuur van paarden die dekens om krijgen, kan stijgen met 4,2 ̊C (bij een eczeemdeken), 11,2 ̊C bij fleecedekens en zelfs 15,8 ̊C bij de lichtgevoerde dekens! Het is dus belangrijk om op te letten wat wanneer past bij jouw paard.

Deze tabel kan je helpen bij het kiezen van de juiste deken:

Specificatie Warmte
0-100 gram/m2 Lichte deken (ca. 0 tot +15)
200-300 gram/m2 Medium deken (ca. -10 tot +10)
300-500 gram/m2 Dikke deken (ca. -20 tot +5)

Als je paard de deken ook buiten draagt, kies dan een waterdichte en ademende deken.
Voorkom striemen door je paard een goed passende deken te geven. Zorg dat de riemen niet los kunnen raken: dit kan gevaarlijk zijn. Je paard kan erover struikelen of erin verstrikt raken of hij kan in paniek raken en op hol slaan omdat hij schrikt van een riem die tegen zijn benen slaat.

Paarden die last hebben van eczeem krijgen soms dekens met ijzeren gespen om de buik en achterhand. Tijdens het rollen, krabben of springen kunnen deze paarden ook met hun ijzers vast komen te zitten in de gespen. Een goed alternatief zijn dekens met klittenband of met elastieken banden en een plastic sluiting. Zie hiervoor het assortiment van Minihorseshop. Het gevaar van vast komen te zitten is hierdoor aanzienlijk verkleind, en als ze al vast komen te zitten, breken de banden of schieten ze los.

Dat geldt trouwens niet alleen voor dekens, maar ook voor halsters!

Halsters
Mocht jouw paard hoefijzers hebben en je besluit hem met halster aan in de wei te laten, weet dan dat de mogelijkheid bestaat dat hij hieraan vast kan komen te zitten als hij zich krabt of schuurt. Stel je voor dat je paard met zijn achterbeen onder zijn kin krabt en met zijn ijzer achter het halster blijft haken. Ook als je paard geen ijzers heeft, kan hij vast komen te zitten, bijvoorbeeld als hij zijn hoofd schuurt aan een boom of het hek. Hij kan dan vreselijk in paniek raken en zich verwonden en zelfs een trauma oplopen door de schrik en het gevoel van machteloosheid. Zet je paard liever zonder halster in de wei (en de stal!), maar mocht je om de één of andere reden toch het halster om willen laten, zorg dan dat je kiest voor een veiligheidshalster, waarbij het klittenband kan losschieten als het paard verstrikt zou raken.

Pas op voor de esdoorn!

Waarschuwing!! Heb jij esdoorns in de buurt van je wei? Pas dan op dat je paard de bladeren/zaden niet eet, dit kan namelijk fataal zijn! De gevaarlijkste tijd is het najaar en het voorjaar.
Uit je kindertijd herinner je je vast wel de ‘helikoptertjes’ uit de boom. De zaden die daarin zitten zijn giftig voor paarden – ze tasten de spierfunctie aan. Dit gif kan zelfs dodelijk zijn!! Driekwart van de vergiftigde paarden overlijdt binnen drie dagen. De paarden die het overleven kunnen hartritmestoornissen krijgen. Dus: ruim de bladeren en de helikoptertjes op als ze in de wei belanden! Een goede voorzorgsmaatregel is om van het najaar tot het late voorjaar je paard niet te laten grazen onder de esdoorn.

De boosdoener is de stof Hypoglycine A, die Atypische Myopathie (AM) kan veroorzaken. Dit is een ernstige spierziekte, die je kunt herkennen aan de volgende symptomen: paarden bewegen moeilijk, staan verkrampt of gaan liggen. Ook krijgen ze het soms benauwd. Hun urine wordt meestal donker. Geef je paard rust en laat hem behandelen door de dierenarts. Die zal je paard pijnstillers geven en waarschijnlijk een infuus met carnitine, vitamine E en B2.

Onderzoekers aan de Universiteit van Wenen hebben onderzocht of er een middel is wat de Hypoglycine A kan binden en wat oraal toegediend kan worden bij vergiftigde paarden.  Uit dit onderzoek bleek dat paarden die lijden aan Atypische Myopathie geholpen zouden kunnen worden door het toedienen van actieve kool. Die zorgt ervoor dat de giftige stoffen van de esdoornzaden minder goed worden opgenomen. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in de editie van maart 2018 van het Equine Veterinary Journal. Vertoont jouw paard symptomen van Atypische Myopathie? Neem dan direct contact op met je dierenarts!

Gelukkig komt de ziekte niet vaak voor, maar omdat het dodelijk kan zijn, is voorzichtigheid geboden! Niet alle esdoorns bevatten Hypoglycine A, maar neem geen risico en hou je paard erbij uit de buurt!

Wil je weten welke esdoorn giftig is voor je paard en welke niet? Ga dan naar deze website: paardenarts.nl/esdoorn.

Meer lezen over welke planten giftig zijn voor je paard? Dat lees je hier: natuurlijkpaarden.nl/giftigeplanten.

Eikels en paarden, over tanninevergiftiging

De Paarden Oppas Service waarschuwt voor eikels

Eikels kunnen je paard vergiftigen!

Eikeltjes: ze zien er leuk uit, maar kunnen gevaarlijk zijn voor je paard!

Het zal je niet ontgaan zijn dat we deze zomer voornamelijk hele warme, droge maanden hebben gehad. Gevolg hiervan is dat er nu meer onrijpe eikels op de grond vallen. De eikels hebben een bittere smaak, maar sommige paarden vinden dat juist heel lekker. Als je paard er teveel van eet, kan hij er echter ziek van worden. Als paarden niets te doen hebben en ze hebben honger, eten ze alles!

Tannine
Oude, bruine eikels bevatten minder tannine, maar als je paard de jonge, groene eikels  in grote hoeveelheden eet, dan kan dat echt gevaarlijk zijn! Dat geldt trouwens ook voor de bladeren (die bevatten ook tannine). Eet je paard er teveel van, dan kan dat binnen één tot enkele dagen tot de dood leiden. Heb je een drachtige merrie, dan kan het eten van teveel groene eikels of jonge eikenboombladeren leiden tot het afsterven van het veulen.
Het is de tannine (het looizuur) in de eikels én de bladeren die zorgt voor een geïrriteerd maagdarmstelsel. Het kan resulteren in maagzweren, maag-/darmverstoppingen en bloedarmoede. De tannine vernauwt de bloedvaten en kan bloedstolling veroorzaken. Tannine is een zuur en eiwitten klonteren in zuur. Dit kan weer leiden tot allerlei ziektes, waarbij lichaamscellen gedood worden.

Symptomen
Symptomen waar je op moet letten zijn lusteloosheid, koliekverschijnselen, blauw tandvlees, verminderde eetlust en coördinatie, verstopping en/of (bloederige) diarree. Ook kan het zijn dat de ademhaling en hartslag van je paard versnelt en hij overmatig gaat urineren. In ernstige gevallen zal je bloed in de urine aantreffen. Kijk goed of de urine van je paard niet donkerder is dan anders. De tannine kan blijvende nierschade veroorzaken!

Behandeling
Medicijnen zijn er niet tegen. De dierenarts zal waarschijnlijk houtskool, Epsom zout en vloeibare paraffine (laxeermiddel) voorschrijven om de darmen te stimuleren. Daarnaast heeft het paard extra vocht en elektrolyten nodig om uitdroging te voorkomen. Lijnzaadslobber kan helpen.

Houtskool wordt toegediend in de vorm van Norit: een poedertje dat gifstoffen bindt en daardoor diarree stopt. Dit mag echter maar een paar dagen gegeven worden, want het kan ook vitaminen en andere belangrijke voedingsstoffen binden.

Epsom zout is magnesium. Het wordt al eeuwen gebruikt om de darmen te reinigen, vaak door het te mengen met slobber. Het reinigt de endeldarm in heel korte tijd, wat nodig is om de giftige zuren zo snel mogelijk af te voeren. Magnesium heeft ook een kalmerende werking op het paard.

Elektrolyten, zoals natrium, chloride, kalium en calcium, zijn opgeloste mineralen in het bloed en weefsel van het lichaam. Ze helpen om de juiste balans van vloeistoffen in de cellen van het lichaam te verkrijgen/behouden en zijn betrokken bij de spierfunctie en de verwerking van afvalstoffen. Door het overmatige plassen en door de diarree verliest een paard met tanninevergiftiging teveel elektrolyten.

Voorzorgsmaatregelen
Heb je eikenbomen bij jouw wei, controleer dan regelmatig of er veel groene eikels of jong bladeren op de grond liggen. Bij stormachtig weer worden ook de jonge eikels en bladeren van de bomen gerukt en daar moet je dus juist voor oppassen! Varkens zijn niet gevoelig voor tanninevergiftiging, dus als je ergens een varkentje kan lenen, dan kan die ze voor je opruimen. Heb je geen varken voorhanden, zet dan dat deel van je wei af, zodat je paard er niet bij kan (of ruim het zelf iedere keer op!). Het is verstandig om je paard eerst een plak hooi te laten eten voor je hem de wei op laat gaan waar hij nog eikels zou kunnen eten. Je paard is afhankelijk van jou, dus zorg dat zijn leefomgeving veilig is en hij de juiste voedingsstoffen binnen krijgt!

Horzeleitjes

In de nazomer kunnen we weer ongenode gasten verwachten in de vorm van horzeleitjes!!

De Paarden Oppas Service over horzeleitjesDe horzel is een vliegende parasiet, die zich graag nestelt in jouw paard. Het vrouwtje heeft de ambitie om minstens 500 eitjes op jouw paard te plakken. Ja, je leest het goed: 500! Ze heeft er nog meer: horzelvrouwtjes dragen 700 tot 1000 eitjes bij zich, maar ze vinden vaak meer dan 1 gastheer, omdat ze meestal verjaagd worden tijdens hun plakwerk. Zij plaatst haar eitjes het liefst op de benen of flanken van jouw viervoeter, maar ook op zijn nek, in zijn manen en rond zijn mond. Iedere 10 seconden kan ze een eitje aan een paardenhaar plakken. Je kunt ze makkelijk herkennen: dan zie je gele stipjes op je paard en die zijn er niet zomaar af te borstelen!

Verspreiding en gevolgen
De oplettende lezer vraagt zich nu af hoe deze horzels IN je paard terecht komen. Dat gaat als volgt: je paard wrijft zijn neus langs zijn benen, waar de eitjes zitten. Of hij krabt een ander paard met zijn tanden in zijn nek. De eitjes komen zo in zijn mond terecht en zij ontwikkelen zich in zijn mond tot larven. Vanuit de mond verplaatsen zij zich na ongeveer een maand naar de maag en daar settelen zij zich. De larven in de mond kunnen zorgen voor ontstekingen aan de mond en tong van je paard. Als de larven zich settelen in de maag kunnen ze maagzweren veroorzaken, wat weer kan leiden tot buikvliesontsteking. Dit kan je paard fataal worden! Symptomen waar je op moet letten zijn gapen, gewichtsverlies, koliek, diarree en andere spijsverteringsproblemen. In de darmwand overwinteren de larven en in het voorjaar worden ze uitgeniest of uitgepoept (ze kunnen zich zelfs door de huid naar buiten eten!), om zich vervolgens te ontwikkelen tot volwassen horzels, die nog meer eitjes kunnen gaan leggen! De horzels zelf eten niet, maar de larven voeden zich dus in de maag van jouw paard.

Voorkomen is beter dan…
Het is belangrijk om regelmatig goed te ontwormen, zodat de al aanwezige larven gedood worden. Stel samen met je dierenarts een goed ontwormingsplan op, op basis van mestonderzoek. Voorkomen is beter dan genezen, dus zorg dat je je paard nu inwrijft of sprayt met een anti-insectenmiddel, om die horzelvrouwtjes duidelijk te maken dat je jouw paard niet aanbiedt als gastheer! Zie je toch eitjes op je paard, verwijder deze dan met een horzelmesje of een schuurblokje. Pas op dat je hierbij zelf geen eitje in je mond krijgt (of op je handen en vervolgens in je mond of neus als je even je gezicht aanraakt of een haar uit je mond haalt, bijvoorbeeld), want je wilt zelf ook niet de gastheer worden van deze parasiet! Heb je moeite om de eitjes van je paard te verwijderen? Was dan je paard met een azijnoplossing: dan laten de eitjes makkelijker los. En natuurlijk blijft het belangrijk om de mest van je land te verwijderen, zodat de parasieten jouw weiland niet zien als de ideale kraamkamer!

Wat drinkt jouw paard? Over de kwaliteit van het water…

Paarden Oppas Service over kwaliteit waterEr wordt veel gesproken over paardenvoeding: wanneer geef je wat en in welke mate? Over water wordt over het algemeen niet veel meer gezegd dan dat je paard voldoende moet drinken. Om hem daarin te stimuleren zou je stukjes appel of wortel in de emmer/speciebak kunnen leggen – dan kan hij ‘koek happen’ en ondertussen water binnen krijgen! Pepermuntjes in het water kan ook helpen. Waarschijnlijk heb je meerdere drinkbakken. Dan kan je aan het water in één van de emmers wat appelsap toevoegen, en wat je ook kan doen is je paard wat zout door het eten geven, of je hangt een zoutblok op: daar krijgt hij dorst van (zie ons blog ‘Paarden en hitte: feiten en fabels’). De gemiddelde waterbehoefte van een paard ligt tussen de 20 en de 60 liter, voor een pony ligt dat rond de 25 liter.

Van nature drinkt een paard uit zichzelf voldoende water, maar als hij niet lekker is of spijsverteringsproblemen heeft, kan het zijn dat hij minder drinkt. Een andere reden kan de kwaliteit van het drinkwater zijn.
Hoe zit het met de kwaliteit van het water wat jouw paard drinkt? Krijgt jouw paard leidingwater, bronwater of drinkt hij uit de sloot?

Leidingwater
Het veiligste is leidingwater, want daar zijn kwaliteitsnormen voor en de watermaatschappij controleert continu of de kwaliteit goed is. Wat je wel in de gaten moet houden is de hardheid van het water: die varieert per regio. Bij te hoge hardheid kan je kalkafzettingen krijgen in je waterleiding, wat tot verstoppingen kan leiden. Ook kan hoge waterhardheid invloed hebben op medicijnen die je paard gebruikt (bespreek dit met je dierenarts). Meten is weten!

De hardheid van water wordt in Nederland uitgedrukt in Duitse graden hardheid (ºdH). Dit geeft de hoeveelheid kalk en magnesium in water aan.

De waterleidingbedrijven hanteren de volgende indeling voor de waterhardheid:
– 0 tot 4º dH: zeer zacht water
– 4 tot 8º dH: zacht water
– 8 tot 12º dH: gemiddeld
– 12 tot 18 ºdH: vrij hard water
– 18 tot 30 ºdH: hard water

Klik hier om te kijken hoe de waterhardheid bij jou is.
Is de waterhardheid te hoog, dan kan je een ontharder plaatsen.

Putwater
De kwaliteit van putwater is uiteraard afhankelijk van de regio en de diepte van de put. Zandgrond houdt, in tegenstelling tot kleigrond, weinig verontreiniging tegen. Klei filtert heel gestaag het vuil uit het water. Wateronderzoek Paarden Oppas ServiceSommige grondsoorten bevatten veel ijzer, kalk, arseen of cadmium. Arseen kan huidveranderingen veroorzaken en zelfs kanker. Cadmium kan schade aanrichten aan de nieren en leidt tot botontkalking. Het is dus zaak om putwater te laten testen voordat je je paard ervan laat drinken. Het mag dan goedkoper zijn om je paard putwater te laten drinken, maar als je hiervoor kiest neem je wel de verantwoordelijkheid op je om regelmatig analyses te laten doen! Ondiepe putten (15 tot 20 meter) leveren vaak een slechtere kwaliteit water op, omdat het percentage nitraat en nitriet hoger is en er vaak sprake is van bacteriologische verontreiniging. Nitraat wordt in de maag gedeeltelijk omgezet in nitriet. Nitrieten ontregelen het zuurstoftransport in het lichaam. Je paard kan hierdoor zuurstofgebrek krijgen. Het is zelfs zo dat nitrieten nitrosamines kunnen vormen, die mogelijk kankerverwekkend zijn.

Een diepere put is meestal beter, maar de kans op een hoog ijzergehalte is dan wel groter. Dit kan diarree veroorzaken bij je paard en een verminderde opname van koper. Bovendien proeft je paard de ijzersmaak, die niet aangenaam is, en hij zal daardoor waarschijnlijk minder water tot zich nemen dan hij nodig heeft. Bij diepere putten is het mangaan- en fluorgehalte meestal ook hoger (kan het skelet vervormen), evenals het gehalte aan natrium, chloride en ammonium. Zuur putwater tast metalen leidingen aan, waardoor er veel lood, koper, zink en/of nikkel in het putwater terecht kan komen.

Wist je dat slechts 2 op de 10 putwaters voldoen aan de kwaliteitseisen voor leidingwater? Putwater kan bacteriën en virussen bevatten, door aantasting van knaagdieren, insecten, stof en organisch materiaal, maar ook door rioolwater en mestsappen. Hierdoor kan je paard maag-/darmontstekingen krijgen en kan hij gaan braken en last krijgen van diarree. Dit vergroot weer de kans op uitdroging.

Slootwater
Je kunt je paard gewoon uit de sloot laten drinken, of uit een vijver, maar hier is het helemaal belangrijk om het water te laten testen, in verband met bedrijven die afvalstoffen dumpen, bestrijdingsmiddelen die boeren in de buurt gebruiken en de afvloeiingen van wegen (denk aan motorolie). Mest van de veehouderij en landbouw zorgt voor meer nitraat, nitriet en ammoniak in het water en het gebruik van bestrijdingsmiddelen kan leiden tot pesticiden in het water.

Drinkt je paard uit een beek, hou dan goed in de gaten of het water helder is en niet ruikt. Het is niet verstandig om je paard uit stilstaand water te laten drinken, omdat daar vaak parasieten en ziektekiemen in zitten. Als er veel slib op de bodem ligt of er zijn veel afgestorven planten, dan kan het water verontreinigd raken door rottingsprocessen. Er kan dan zwavel ontstaan, wat kan leiden tot zenuwafwijkingen bij je paard. E. coli en salmonella kan je paard darmproblemen geven. Ook kan er blauwalg in het water ontstaan, met name gedurende de zomermaanden. Het water heeft dan een groenblauwe of roodgele bovenlaag. Blauwalgen zijn zeer giftig en tasten de lever en nieren van je paard aan.

Nu je dit allemaal hebt gelezen, zul je er waarschijnlijk voor kiezen om je paard niet meer uit de sloot, vijver of beek te laten drinken, maar dat water is natuurlijk niet in ALLE gevallen verontreinigd. Het is een kwestie van regelmatig laten testen. Zelf kan je ook al een test doen. De Gezondheidsdienst voor Dieren ontwikkelde hiervoor in samenwerking met de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland een doehetzelftest. Blijf alert en laat regelmatig analyses doen. Je kunt hiervoor terecht bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Zij sturen je de potjes toe waar je wat slootwater of putwater in doet. Die stuur je op en dan testen zij het water voor je. De uitslag bespreek je met je dierenarts.

Je paard is afhankelijk van jou voor de kwantiteit en de kwaliteit van het water dat hij drinkt. Zorg dat je hier voldoende aandacht aan besteedt!

Paard met gebruiksaanwijzing

Hester Stasse, gastblogger Paarden Oppas ServiceGastblog van Hester Stasse, Paardengedragstherapeut

Stel, je gaat eindelijk op vakantie. Je weet dat je paarden in goede handen zijn terwijl je weg bent, want je hebt de Paarden Oppas Service ingeschakeld. Naast het voer- en bewegingsschema voor je lievelingen, laat je voor de oppas ook een uitgebreide handleiding achter voor hoe ze moet omgaan met een van hen. Die gedraagt zich namelijk niet altijd zoals je zou willen. Eigenlijk schaam je je zelfs een beetje voor het feit dat hij zich altijd losrukt op weg naar de wei, je continu in je mouw hapt als je hem leidt, onmogelijk te longeren is, of keihard tegen de staldeur staat te trappen rond voertijd.

Herkenbaar? Sommige mensen denken dat hier niets aan te doen is. Dat het nou eenmaal de aard van het beestje is. En uiteraard zal een deel van het probleem inderdaad te wijten zijn aan het karakter van je paard. Maar uit ervaring weet ik dat ook eigengereide vierbeners prima te trainen zijn en zich een stuk beter kunnen leren gedragen door daar gericht mee aan de slag te gaan. Want vaak hebben ze simpelweg nooit (goed) geleerd hoe ze zich wel zouden moeten gedragen en dus doen ze maar wat.

Hoe zou je het graag willen?

Belangrijk als je aan de slag gaat om het gedrag van je paard te veranderen is om te weten waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat. Sta dus eens stil bij wat je precies irriteert of apart vindt aan het gedrag van je vierbenige rebel. Maak een lijstje van wat voor ongein hij kan uithalen of heeft uitgehaald en wees daarbij vooral eerlijk. Hier zijn wat voorbeelden van punten die in de gebruiksaanwijzing voor je paard zouden kunnen voorkomen:

“Het is belangrijk om de merrie als eerste eten te geven, anders trapt ze de staldeur kapot.”

 “Hij moet een speculaasje krijgen voordat je hem zijn stal uithaalt, anders komt hij niet mee. En geen speculaasje van de AH of de Jumbo; alleen die van de warme bakker zijn goed genoeg.”

 “Je moet mijn merrie altijd achteruitlopend naar de wei brengen, anders rukt ze zich los.”

 “Als ik geen zweepje bij me heb om hem tegen te houden, loopt hij door me heen. Zorg er dus voor dat je er altijd een bij de hand hebt.”

 “Ik ga nooit zonder een trui of jas met lange mouwen naar mijn merrie, want ze heeft al eens bijna een hap uit mijn arm genomen. Het dragen van korte mouwen is op eigen risico.”

Ietwat extreem? Eerlijk gezegd ben ik ze allemaal een keer tegengekomen in de praktijk. Dus misschien dat het dan toch meevalt met het gedrag van jouw lieveling. Maar dat hoeft geen reden te zijn om het zo te laten natuurlijk!

Als je de minpunten van je paard hebt opgeschreven, zet je achter elk punt hoe je zou willen dat hij zich gedraagt. Let op dat je hierbij geen tien slagen om de arm houdt, want je bereikt nou eenmaal meer als je een ambitieus doel voor de helft bereikt, dan als dat bij een te gemakkelijk doel gebeurt. En wie weet blijkt na een paar trainingen dat je doel helemaal niet zo ambitieus was als je van tevoren dacht. Gewoon je ideale situatie opschrijven dus.

Wat kan je, wat weet je, wat heb je nodig?

Neem nu je lijst door en kijk bij elke gedragsuitdaging hoe je van A naar B zou kunnen komen. Heb je zelf de kennis en kunde om dat doel te bereiken, of mis je iets? Als je altijd brave paarden hebt gehad, dan is het tenslotte niet zo vreemd als je niet (goed) weet hoe je het gedrag van het zwarte schaap in je kudde het beste zou kunnen aanpakken. Goed nieuws: bij de meeste gedragsuitdagingen zal je niet de enige zijn die daarmee heeft geworsteld. Er zijn dan ook heel wat artikelen, instructiefilmpjes, handleidingen en boeken verschenen over paardenproblemen, inclusief oplossingen. En veel daarvan zijn gratis beschikbaar via het internet.

Zie je het niet zitten om aan zo’n zoektocht te beginnen, of heb je daar simpelweg de tijd niet voor, schakel dan een paardengedragstrainer of -therapeut in. Die zal je gerichte tips geven gebaseerd op wat jouw paard laat zien en je – als je dat wilt – begeleiden tijdens het hertrainen van het gedrag waar je niet blij mee bent.

Ga je zelf aan de slag, dan zijn hier 6 tips die je zullen helpen om sneller een beter resultaat te bereiken

 

Tip 1: Gebruik duidelijke (lichaams)taal

Als je paard niet snapt wat je van hem vraagt, dan is dat meestal niet uit onwil. In veel gevallen communiceren we zelf niet duidelijk genoeg, maar zijn we ons daar niet van bewust. Daarom is het goed om na te gaan hoe je je paard duidelijk wilt maken wat hij moet doen. Kijk naar welke stem-, touw-, lijn- of teugelhulpen je precies geeft om een bepaalde reactie van je paard te krijgen en denk vervolgens eens na over hoe hij echt reageert.

Is het misschien logisch dat hij iets anders doet dan jij in gedachten had omdat je hetzelfde commando ergens anders voor gebruikt? Een goed voorbeeld is wanneer je paard in galop aanspringt als je je binnenbeen op de singel en je buitenbeen erachter aanlegt, terwijl je schouder binnenwaarts in gedachten had.

Of zeg je misschien iets anders met je stem dan met je lichaam? Hierdoor kan het bijvoorbeeld gebeuren dat je je paard tijdens het longeren harder wilt laten draven, maar dat je lichaamspositie je paard juist afremt. Vooral gevoelige paarden hebben hier regelmatig last van.

Ook als je niet duidelijk laat blijken dat je paard doet wat je van hem vraagt, kan dit tot verwarring leiden. Denk maar aan de situatie waarin je je paard harder wilt laten lopen aan de hand en je daarom harder aan je leidtouw trekt. Als je paard versnelt, maar jij je touw niet (direct) laat vieren, dan wordt het wel erg moeilijk voor hem om te begrijpen dat dat versnellen jouw bedoeling was. Resultaat is vaak dat je paard steeds minder gaat versnellen en op een gegeven moment zelfs gaat terugtrekken.

Tip 2: Wees consequent

Het kan ook zo zijn dat je de ene keer dat je paard een grens overtreedt niets doet, maar de volgende keer heel boos wordt. Een paard snapt niet dat hij vandaag wel zijn neus in je zak mag steken om zelf een paardensnoepje te snaaien en morgen niet. En hoe moet hij begrijpen dat hij normaal overal naartoe mag lopen waar hij maar heen wil, maar dat je bij het oversteken van een weg of bij het trailerladen verwacht dat hij wel braaf doet wat je van hem vraagt. Zorg er dus voor dat je consequent bent in het aangeven van je grenzen. Tijdens de training, maar ook als je hem naar de wei of de stal brengt, als je hem staat te borstelen, en op alle andere momenten dat je iets met je paard doet. Voor een paard zit daar namelijk geen duidelijk verschil tussen.

Daarom is het belangrijk dat iedereen die met je paard te maken heeft dezelfde grenzen aangeeft. Want anders kunnen anderen – bijrijders, weekendverzorgers, stalhulpen, maar ook “de man van”, of die schat van een moeder die even inspringt als je zelf niet kan – er weleens voor zorgen dat het hertrainen van je paard vertraging oploopt.

Tip 3: Neem de tijd

Paarden hebben geen horloge. En als jij gespannen bent omdat je zometeen naar een afspraak moet, dan zullen ze wel jouw spanning aflezen aan je spierspanning, ademhaling en houding, maar niet begrijpen waarom je gestrest bent. Ze gaan er vanuit dat je, net als zij, spanning voelt vanwege een gevaar en zullen zich voor de zekerheid vast voorbereiden om te vluchten. Gevolg: een nerveus paard. Ga dus echt alleen trainen als je de tijd hebt.

Verder is een harde deadline niet handig, want ook die zal extra spanning opleveren. Vooral als de dag vlakbij is en je nog lang niet het gewenste resultaat hebt bereikt. Schrijf je dus bijvoorbeeld niet in voor een wedstrijd op een andere locatie als je je paard nog niet ontspannen met de trailer kunt vervoeren. Als je dat wel doet, is het risico groot dat je stappen gaat overslaan om toch voor die datum klaar te zijn. Ga je sneller dan je paard aankan en gaat het vervolgens mis, dan ben je vaak gelijk niet een maar tien stappen terug in het proces. Bespaar jezelf dus tijd door het rustig aan te doen. En merk je dat de volgende stap te groot is, ga dan niet doorduwen; slimmer is het om een stapje terug te doen en dat te herhalen totdat die situatie gesneden koek is voor je paard.

Tip 4: Houd je aandacht erbij

Je zal misschien weleens gehoord of gemerkt hebben dat paarden je gedrag kunnen spiegelen. In stresssituaties is dat het duidelijkst te merken (zie Tip 3), maar ook op andere momenten reageert je paard op jouw gedrag. Als je merkt dat je paard niet volledig gefocust is op jou, kijk dan eens hoe het met je aandacht zit. Ben je er wel helemaal bij met je hoofd, of zit je te malen over je werk- of thuissituatie? En hoe geconcentreerd ben je bezig als je vanuit het zadel of tijdens een wandeling met je paard aan de hand een telefoontje pleegt of een app’je verstuurt? Probeer dus ook met je gedachten volledig bij je paard te zijn als je met hem aan de slag gaat.

Tip 5: Begin met iets kleins

Meestal kom je verder als je klein begint dan als je in een keer je hele paard wilt veranderen. Hierdoor heb je sneller resultaat, waardoor je gemotiveerd blijft om te gaan trainen. En het gebeurt daarnaast heel vaak dat het hertrainen van het ene gedrag een positieve invloed heeft op die paar andere pijnpuntjes.

Houd er overigens rekening mee dat het veranderen van gedrag dat al langere tijd bestaat meer tijd kost. Voor al die keren dat het mis is gegaan, moet er een nieuwe ervaring in de plaats komen en dat kan behoorlijk oplopen. Verder is er bij zulke hardnekkige problemen een groter risico op terugval. Makkelijk is dit zeker niet, maar denk je eens in hoe het zou zijn als het probleem eindelijk opgelost zou zijn?

Tip 6: Blijf niet (te lang) aanmodderen

Kom je er zelf niet uit ondanks alle aanwijzingen die je gekregen hebt en bovenstaande tips, dan is het een goed idee om alsnog de hulp van een deskundige in te roepen. Doordat een paardengedragstherapeut of -trainer een enorme ervaring heeft met uiteenlopend gedrag, kan die er in veel gevallen voor zorgen dat je sneller resultaat behaalt dan als je alleen aan de slag zou gaan. En zet vooral je trots opzij door niet te lang zelf te blijven aanmodderen, want op die manier kun je je paard onbewust zelfs nieuw ongewenst gedrag aanleren.

Geen gebruiksaanwijzing, of toch?

Dus hoef je na het aanpakken van de gedragsuitdagingen geen handleiding meer te schrijven? Vanwege het onder Tip 1 en 2 beschreven belang van duidelijk en consequent zijn is dit wel degelijk een goed idee als je de zorg van je lievelingen tijdelijk aan iemand anders overlaat. Alleen zal de gebruiksaanwijzing na het oplossen van de pijnpunten van je vierbenige rebel (nu: braafste paard van stal) een stuk minder lang hoeven zijn.

Heel veel succes en plezier met trainen!

Hester Stasse, gediplomeerd Instructeur Paard en Gedrag en Paardengedragstherapeut bij Man en Paard Coaching, www.man-en-paard.com

Hoefkatrol

De Paarden Oppas Service over hoefkatrolWist je dat ieder paard hoefkatrol heeft? Maar gelukkig hebben ze niet allemaal een hoefkatrolontsteking!
De hoefkatrol is een deel van de hoef en bestaat uit het hoefbeen, kroonbeen, de diepe buigpees, de slijmbeurs, ligamentjes en het straalbeen. De hoefkatrol maakt het mogelijk om de ondervoet te kunnen buigen. Is er sprake van een hoefkatrolonsteking, dan is de slijmbeurs chronisch geïrriteerd geraakt doordat het kraakbeen rafelig is geworden ten gevolge van de slijtage. Het komt het meeste voor in de voorbenen.

Wat zijn mogelijke oorzaken?

Hoefkatrolontsteking ontstaat door een (chronische) overbelasting van het hoefkatrolapparaat. Je ziet het bijvoorbeeld vaak bij springpaarden: bij de landing na een sprong veert de ondervoet zo ver door dat de kogel bijna de grond raakt. Dit is een enorme belasting voor de ondervoet. Een andere reden kan overgewicht zijn – dit kan leiden tot een overbelasting van de hoefkatrol. Het kan ook een storing in de ontwikkeling van de groei van het paard zijn. Ook het te vroeg gaan beleren van een jong paard kan zorgen voor overbelasting. Als een paard vaak op harde grond traint, zal hij gevoeliger zijn voor hoefkatrolontsteking. Het kraakbeen zal dan immers sneller slijten. Door verkeerde hoefverzorging kan er ook een disbalans ontstaan in de belasting van de benen van het paard, wat kan resulteren in hoefkatrolontsteking. Voeding kan een geleider zijn: veel snelle koolhydraten kunnen ontstekingsbevorderend werken.

Mogelijk speelt er ook een erfelijke component in het optreden van hoefkatrolontsteking. Er is een theorie dat hoefkatrolontsteking is ontstaan door een verkeerd fokbeleid: ‘Het komt niet voor niets het meeste voor bij KWPNers. Ooit werden er drie hengsten ingezet die het vererfden bij de omvorming van het Gelderse en Groninger paard naar het hedendaagse KWPN-sportpaard. Vanuit deze combinatie ontstond hoefkatrolontsteking. l’Invasion, Koridon XX en Duc de Normandie gaven het door. Voordat deze paarden in Nederland dekten, kende men geen hoefkatrolontsteking.’

Wat zijn de symptomen?

Kreupelheid hoeft niet het eerste symptoom te zijn waaraan je merkt dat er iets mis is. Je kan merken dat je paard pijn heeft tijdens het trainen, met name bij het maken van korte wendingen of bij lange/intensieve trainingen. Je paard gaat dan krampachtig lopen en zal wat verstijven in de benen. Je paard kan ook een afwijkende stand van de benen hebben: die staan dan niet meer recht. Vaak leunt het paard wat achterover om zo de pijnlijke voorbenen te ontzien. De voorbenen worden vaak meer belast en hebben daardoor een grotere kans op hoefkatrolontsteking.

Diagnose en behandeling

Röntgenfoto’s en echo’s kunnen aangeven of het hier om een hoefkatrolonsteking gaat. De dierenarts kan dan ontstekingsremmers of kruiden geven, die tevens pijnstillend werken. Neem de tijd om je paard te revalideren!

Voor de genezing van ziekten en ontstekingen in het algemeen is een goede doorbloeding essentieel. Bij hoefkatrolontsteking is een goede doorbloeding van de hoeven belangrijk. Als een paard lang op stal staat, zal de doorbloeding van zijn hoeven minder zijn. Tijdens beweging stroomt er meer bloed door de hoeven en hierdoor zetten de hoeven uit. Hoefijzers kunnen deze natuurlijke functie tegenwerken.  Het hoefmechanisme is van groot belang voor de bloedvoorziening van het hele paardenbeen. In 5 stappen wordt er mogelijk zelfs een liter bloed door de hoeven gepompt. Regelmatig bewegen is dus stimulerend voor het herstel van je paard. Paarden die in het wild leven, slapen maar een uur per dag. Zij houden het hoefmechanisme aan het werk door veel te bewegen. De hoeven zetten uit en krimpen in tijdens het lopen. Dit zorgt voor een goede doorbloeding, wat de kans op ontstekingen reduceert. Wat wij hiervan kunnen leren is dat regelmatig bewegen nodig is voor het welzijn van het paard.

Want natuurlijk is het essentieel om naar de oorzaak te kijken en die, waar mogelijk, weg te nemen.

Voorkomen is beter dan genezen

Wat betreft voeding: zorg dat je paard niet te zwaar is en geef hem voldoende omega 3-vetzuren en gamma-linoleenzuur. Dat werkt ontstekingsremmend. Zie ons blog over de spijsvertering van paarden.
Als snack kan je af en toe Hennep Bites geven. Die zijn rijk aan vezels, omega’s 3-6-9, essentiële aminozuren, natuurlijke vitaminen A, B1,2,3 en 6, vit. C, D,E en minerale sporenelementen.

Wat betreft hoefmanagement: zorg voor goede bekapping en hoefverzorging.

Wat betreft training: beleer je paard niet te vroeg, doseer de trainingen (liever vaker en korter) en werk op zachtere grond.

In het kort: goed voedings-, hoef- en trainingsmanagement toepassen verkleint de kans op hoefkatrolontsteking en helpt bij het herstel.
Je paard is afhankelijk van jou, dus zorg dat hij niet de dupe wordt van jouw verkeerde gewoontes! Neem jouw aanpak eens goed onder de loep (haal er evt. een professioneel bij) en kijk eens of er punten ter verbetering te vinden zijn. Jouw paard zal je dankbaar zijn en jij zult langer van hem kunnen genieten!

MEDIHONEY® Wondgel

Medical Honey van MediHoney nu te koop bij de Paarden Oppas ServiceMEDIHONEY® is een verbazingwekkend effectieve wondgel, die tot voor kort alleen nog maar verkrijgbaar was voor de veterinaire markt. Maar nu kan je deze superwondgel zelf bestellen bij de Paarden Oppas Service! Daar zijn we heel enthousiast over, want het is absoluut een fantastisch product! We hebben de wondgeld zelf al getest en zagen dat het behandelde wondje echt verrassend snel heelde! Fijn om te weten dat het een natuurlijk product is wat geen bijwerkingen kent. Zelfs bij jonge dieren kan het langdurig gebruikt worden als er sprake is van grote wonden.

MEDIHONEY® heelt en reinigt grondig en vermindert littekenvorming. De wondgel is gemaakt van Manuka honing uit Nieuw-Zeeland. Deze honing staat bekend om zijn unieke anti-bacteriële eigenschappen en bevat geen pesticiden. Het is zelfs bewezen dat Manuka honing werkzaam is tegen resistente bacteriën zoals MRSA. Uit verschillende klinische studies is gebleken dat MEDIHONEY® een beduidend snellere wondgenezing geeft dan andere wondzalven of -gels.

De Paarden Oppas Service verkoopt zowel de Medical Honey – 100% antibacteriële honing (voor diepe wonden) als de Antibacteriële Wondgel (voor kleine wondjes).De Paarden Oppas Service verkoopt MediHoney Wondgel

De Medical Honey is samengesteld uit 100% gereinigde en gesteriliseerde Manuka honing. MEDIHONEY® antibacteriële honing is vrij dun en vloeibaar en daardoor uitermate geschikt voor diepere wonden, of voor het bereiken van diepe groeven zoals bij rotstraal. Ook is het een goede ondersteuning voor snelle heling van mok, bijtwonden, snijwonden, schaafwonden, operatiewonden, etc. Je kunt het makkelijk uitsmeren en bij verbandwisselingen kan je het ook makkelijk weer afspoelen.

MEDIHONEY® Antibacteriële Wondgel is samengesteld uit 80% honing en 20% bijenwas. De  wondgel is iets dikker van samenstelling en daardoor geschikt voor meer oppervlakkig gebruik. Deze wondgel wordt gebruikt om wondinfecties te behandelen en te voorkomen.

Uitproberen? Ga snel naar de Shop van de Paarden Oppas Service!