Britt Dekker in de prijzen en in de spotlights!

De 26-jarige Britt Dekker, die je o.a. kan kennen van Paardenpraat TV op YouTube, gaat vanaf september Naomi van As vervangen als presentatrice van ZappSport, als Naomi met zwangerschapsverlof gaat. Britt zal het kinderprogramma samen met Ron Boszhard gaan presenteren.

Het is echt een feestweek voor Britt, want afgelopen weekend is ze met haar merrie Kingsley Eve outdoorkampioen geworden bij de regiokampioenschappen in Noord Holland. Op naar het NK/de Hippiade! De Paarden Oppas Service wenst Britt Dekker veel succes!

Bron: Paardenkrant-Horses.nl

Paarden en hitte: feiten en fabels

We ervaren op dit moment een hittegolf, dat zal je niet zijn ontgaan! Hoe is jouw paard daaronder?
De hitte kan een paard flink parten spelen. Ze kunnen er zelfs aan bezwijken! De normale lichaamstemperatuur van een paard ligt tussen de 37,4 en de 38,0˚C. Tijdens warme dagen mag daar best een graadje of 2 bijkomen, maar als de lichaamstemperatuur van een paard oploopt tot boven de 40˚C dan zullen organen en lichaamscellen hier (vaak) blijvende schade door oplopen. En wist je dat paarden met een roze neus verbrandingsgevaar lopen? En dat je paarden, als ze veel zweten, kunt afkoelen door ze af te spuiten, maar dat dit alleen zin heeft als je de vacht daarna met een zweetmes afschraapt?
Onderzoek heeft geleid tot waardevolle bevindingen, maar er doen ook nog steeds fabeltjes en misconcepties de ronde. Zo lopen bijvoorbeeld niet alleen sportpaarden risico. Ieder paard kan slachtoffer worden van ernstige uitdroging en oververhitting. Weet jij het verschil tussen de feiten en de fabels?

“Laat een verhit paard nooit drinken zoveel hij wil, en geef hem nooit koud water.”
Dit zou namelijk kunnen leiden tot koliek. Dit is een fabeltje! Het paard moet direct kunnen drinken zoveel hij wil om zijn vochttekort aan te kunnen vullen. Verhitte paarden drinken dan 9 tot ruim 20 liter water. Een paard van 600 kilo heeft in rust ongeveer 20 liter water nodig, maar bij zware arbeid of hitte kan dat wel oplopen tot 50 liter per dag. Een paard wat ongelimiteerd kan grazen krijgt door middel van het gras al redelijk wat vocht binnen, aangezien gras voor ruim 80% uit water bestaat. Na vier uur op de wei neemt het paard door het gras zo’n 15 liter water op! Krijgt je paard ruwvoer, dan is het essentieel dat hij ook meer water krijgt, aangezien ruwvoer droog is. Wat daarnaast helpt is om het hooi in het hooinet flink nat te spuiten voordat je het aan je paard geeft. Paarden houden meestal niet zo van lauw of warm water, dus zorg dat je het water aanbiedt op een beschutte plek, zodat de zon het niet direct opwarmt. Als je paard niet genoeg drinkt, zou je stukjes appel of wortel in de emmer/speciebak kunnen leggen – dan kan hij ‘koek happen’ en ondertussen water binnen krijgen! Pepermuntjes in het water kan ook helpen. Waarschijnlijk heb je meerdere drinkbakken. Dan kan je aan het water in één van de emmers wat appelsap toevoegen, en wat je ook kan doen is je paard wat zout door het eten geven, of je hangt een zoutblok op: daar krijgt hij dorst van.

“Spuit een verhit paard nooit af met koud water.” Of: “Giet geen koud water over de grote spieren.”
Dit zou ernstige krampen en zelfs een hartaanval kunnen veroorzaken. Dit is een fabeltje! De warmte van het paard wordt overgebracht op het water. Hoe kouder het water, hoe sneller het paard zal afkoelen. Het met koud water afspuiten van de benen voorkomt ook dat de benen gaan opzwellen door de hitte. Wel is het zo dat koud water kan resulteren in afsluiting van de bloedvaten, dus het is aan te raden om het spuiten met koud water af te wisselen met even lopen met je paard – door de beweging openen de bloedvaatjes weer.

“Granen zorgen ervoor dat een paard het warmer krijgt.”
Dus als je je paard granen voert, zal hij sneller oververhit raken. Niet waar. Feit is dat het dieet de lichaamstemperatuur beïnvloedt doordat er warmte vrijkomt als het eten verteert wordt in de dikke darm. Aangezien granen voornamelijk in de dunne darm door enzymen verteerd worden, zullen paarden die veel granen eten (en dus minder hooi) minder eten verteren in de dikke darm, waardoor ze dus minder warmte genereren in het darmkanaal.

“Alleen hard werkende/rennende paarden kunnen oververhit raken.”
Dat is niet waar. Natuurlijk wordt een paard warm door inspanning, maar wat telt is hoe efficiënt die energie gegenereerd wordt. Een paard wat in goede conditie is, zal minder snel warm worden bij inspanning dan een paard dat niet zo fit is (net zoals bij mensen!). Als een paard wat niet zo fit is en wat te dik is, een helling op moet draven, zal hij eerder last krijgen van oververhitting dan een racepaard. Zorg dat je tijdens warme dagen vroeg in de ochtend, laat in de middag of in de avond gaat rijden of longeren, wanneer het wat minder warm is.

Hoe bescherm jij de roze neus van je paard? De Paarden Oppas Service informeert

“Paarden met een roze neus lopen gevaar deze te verbranden in de zon.”
Dit is een feit! Smeer de roze delen in met zonnebrand. Niet alleen de neus, maar denk bijvoorbeeld ook aan de kootholtes. Doe dit een half uur voordat je het paard buiten zet en herhaal dit gedurende de dag een aantal keren, want door het grazen zal de zonnebrand eraf geveegd worden. ’s Avonds kan je de neus nog insmeren met aftersun. Ook zijn er neuskapjes verkrijgbaar bij ruitersportzaken. Deze kapjes bevestig je aan het halster van een paard. Zij beschermen de kwetsbare roze huid tegen de UV stralen van de zon. Doe je je paard liever geen halster om in de wei, vanwege mogelijk verstrikkingsgevaar? Dan kies je voor de zonnebrandcrème en aftersun. Een goed alternatief is om je paard overdag op stal en ’s nachts op de wei te laten. Bij hoge temperaturen is dat niet alleen aan te raden voor paarden met een roze neus, maar ook voor andere paarden. Laat je ze wel overdag op het land, zorg dan in ieder geval dat ze een schuilstal hebben of bomen die schaduw geven, zodat ze geen uren in de volle zon hoeven te staan.

“Bij hoge temperaturen moet je je paard geen zout geven, maar een elektrolyt supplement.”
Dit is een fabeltje! Elektrolyten zijn mineralen zoals natrium, kalium, chloride, calcium en magnesium, die de vochtbalans in het lichaam reguleren. Ze werken als geleiders om het water wat een paard drinkt vast te kunnen houden, wat nodig is in extreme omstandigheden. Een tekort aan elektrolyten kan spierkrampen, vermoeidheid en uiteindelijk uitputting veroorzaken. Aanvulling van elektrolyten door middel van supplementen is in Nederland eigenlijk niet nodig omdat de weersomstandigheden hier niet zo extreem zijn als bijvoorbeeld rond de evenaar. Je hoeft hier pas een beroep op te doen als de temperatuur langdurig boven de 30 graden is, in combinatie met een hoge luchtvochtigheid (boven de 70 %), en dat komt in ons landje maar zelden voor. En dan geldt het alleen voor paarden die zeer zware arbeid moeten verrichten bij meerdaagse wedstrijden, zoals bijvoorbeeld eventing. Een bijkomend feit is dat ons ruwvoer en krachtvoer op zich al voldoende mineralen bevat.

Natrium en chloride (zout), zijn naast kalium de voornaamste elektrolyten die verloren gaan bij het zweten. Een paard heeft een basisbehoefte aan zout van 25 gram per dag – zelfs als hij niet zweet. Zorg dat je in deze basisbehoefte voorziet door middel van bijvoorbeeld een zoutblok!

Natrium is het elektrolyt dat ervoor zorgt dat de hersenen kunnen bepalen of er een impuls moet worden uitgezonden dat het paard meer moet drinken. Als de natriumconcentratie in het bloed toeneemt ten opzichte van het percentage water, dan geven de hersenen aan dat het paard moet drinken. Bij een tekort neemt de dorstprikkel af, wat de kans op uitdroging vergroot.

Chloride (chloor) komt met name voor in keukenzout. Het is samen met natrium en kalium nodig voor een goed evenwicht in de vochthuishouding van het lichaam. Zout, dat bestaat uit natrium en chloride, is de belangrijkste bron voor chloride.

Nog een paar tips:
Lucht je stal goed door, zodat de temperatuur op stal niet te hoog oploopt. De ideale staltemperatuur voor volwassen paarden is 10-15˚C. Heb je jonge veulens, dan mag de temperatuur tussen de 15 en de 20˚C liggen. Plaats eventueel een ventilator in je stal, maar zorg dat je paard daar niet bij kan en dat deze niet direct op je paard gericht staat! Op het land is een schuilstal essentieel, zodat je paard een schaduwplekje kan opzoeken. Bomen kunnen natuurlijk ook de benodigde verkoeling geven tijdens de hitte.
Gebruik in de hitte geen warme bandages of beenbeschermers, want te warme pezen zijn gevoeliger voor blessures! Denk je dat je paard toch beenbescherming nodig heeft, kijk dan eens wat er binnen de eventing beschikbaar is.
Tijdens het verteringsproces produceert een paard veel warmte en als je paard het erg warm heeft, zal hij zijn lichaamstemperatuur proberen te reguleren door minder te eten. Bij warmte worden de bloedvaten in de huid wijder. Door die bloedvaten stroomt dan meer bloed. Gevolg hiervan is dat de huid warmer wordt en de extra warmte door zweten afgeeft aan de omgeving, waardoor het paard afkoelt. Onderzoek heeft uitgewezen dat een paard wat veel zweet wel 16 liter vocht kan verliezen in een uur tijd! Zelfs als een paard licht zweet, verliest hij ongeveer 4 liter vocht per uur.

In het kort: geef je paard ongelimiteerd water (inname en afspoelen), veel zout en zorg dat je een paard onder hoge temperaturen niet te hard laat werken. Zo voorkom je dat je paard oververhit of uitgedroogd raakt.

Wat drinkt jouw paard? Over de kwaliteit van het water…

Paarden Oppas Service over kwaliteit waterEr wordt veel gesproken over paardenvoeding: wanneer geef je wat en in welke mate? Over water wordt over het algemeen niet veel meer gezegd dan dat je paard voldoende moet drinken. Om hem daarin te stimuleren zou je stukjes appel of wortel in de emmer/speciebak kunnen leggen – dan kan hij ‘koek happen’ en ondertussen water binnen krijgen! Pepermuntjes in het water kan ook helpen. Waarschijnlijk heb je meerdere drinkbakken. Dan kan je aan het water in één van de emmers wat appelsap toevoegen, en wat je ook kan doen is je paard wat zout door het eten geven, of je hangt een zoutblok op: daar krijgt hij dorst van (zie ons blog ‘Paarden en hitte: feiten en fabels’). De gemiddelde waterbehoefte van een paard ligt tussen de 20 en de 60 liter, voor een pony ligt dat rond de 25 liter.

Van nature drinkt een paard uit zichzelf voldoende water, maar als hij niet lekker is of spijsverteringsproblemen heeft, kan het zijn dat hij minder drinkt. Een andere reden kan de kwaliteit van het drinkwater zijn.
Hoe zit het met de kwaliteit van het water wat jouw paard drinkt? Krijgt jouw paard leidingwater, bronwater of drinkt hij uit de sloot?

Leidingwater
Het veiligste is leidingwater, want daar zijn kwaliteitsnormen voor en de watermaatschappij controleert continu of de kwaliteit goed is. Wat je wel in de gaten moet houden is de hardheid van het water: die varieert per regio. Bij te hoge hardheid kan je kalkafzettingen krijgen in je waterleiding, wat tot verstoppingen kan leiden. Ook kan hoge waterhardheid invloed hebben op medicijnen die je paard gebruikt (bespreek dit met je dierenarts). Meten is weten!

De hardheid van water wordt in Nederland uitgedrukt in Duitse graden hardheid (ºdH). Dit geeft de hoeveelheid kalk en magnesium in water aan.

De waterleidingbedrijven hanteren de volgende indeling voor de waterhardheid:
– 0 tot 4º dH: zeer zacht water
– 4 tot 8º dH: zacht water
– 8 tot 12º dH: gemiddeld
– 12 tot 18 ºdH: vrij hard water
– 18 tot 30 ºdH: hard water

Klik hier om te kijken hoe de waterhardheid bij jou is.
Is de waterhardheid te hoog, dan kan je een ontharder plaatsen.

Putwater
De kwaliteit van putwater is uiteraard afhankelijk van de regio en de diepte van de put. Zandgrond houdt, in tegenstelling tot kleigrond, weinig verontreiniging tegen. Klei filtert heel gestaag het vuil uit het water. Wateronderzoek Paarden Oppas ServiceSommige grondsoorten bevatten veel ijzer, kalk, arseen of cadmium. Arseen kan huidveranderingen veroorzaken en zelfs kanker. Cadmium kan schade aanrichten aan de nieren en leidt tot botontkalking. Het is dus zaak om putwater te laten testen voordat je je paard ervan laat drinken. Het mag dan goedkoper zijn om je paard putwater te laten drinken, maar als je hiervoor kiest neem je wel de verantwoordelijkheid op je om regelmatig analyses te laten doen! Ondiepe putten (15 tot 20 meter) leveren vaak een slechtere kwaliteit water op, omdat het percentage nitraat en nitriet hoger is en er vaak sprake is van bacteriologische verontreiniging. Nitraat wordt in de maag gedeeltelijk omgezet in nitriet. Nitrieten ontregelen het zuurstoftransport in het lichaam. Je paard kan hierdoor zuurstofgebrek krijgen. Het is zelfs zo dat nitrieten nitrosamines kunnen vormen, die mogelijk kankerverwekkend zijn.

Een diepere put is meestal beter, maar de kans op een hoog ijzergehalte is dan wel groter. Dit kan diarree veroorzaken bij je paard en een verminderde opname van koper. Bovendien proeft je paard de ijzersmaak, die niet aangenaam is, en hij zal daardoor waarschijnlijk minder water tot zich nemen dan hij nodig heeft. Bij diepere putten is het mangaan- en fluorgehalte meestal ook hoger (kan het skelet vervormen), evenals het gehalte aan natrium, chloride en ammonium. Zuur putwater tast metalen leidingen aan, waardoor er veel lood, koper, zink en/of nikkel in het putwater terecht kan komen.

Wist je dat slechts 2 op de 10 putwaters voldoen aan de kwaliteitseisen voor leidingwater? Putwater kan bacteriën en virussen bevatten, door aantasting van knaagdieren, insecten, stof en organisch materiaal, maar ook door rioolwater en mestsappen. Hierdoor kan je paard maag-/darmontstekingen krijgen en kan hij gaan braken en last krijgen van diarree. Dit vergroot weer de kans op uitdroging.

Slootwater
Je kunt je paard gewoon uit de sloot laten drinken, of uit een vijver, maar hier is het helemaal belangrijk om het water te laten testen, in verband met bedrijven die afvalstoffen dumpen, bestrijdingsmiddelen die boeren in de buurt gebruiken en de afvloeiingen van wegen (denk aan motorolie). Mest van de veehouderij en landbouw zorgt voor meer nitraat, nitriet en ammoniak in het water en het gebruik van bestrijdingsmiddelen kan leiden tot pesticiden in het water.

Drinkt je paard uit een beek, hou dan goed in de gaten of het water helder is en niet ruikt. Het is niet verstandig om je paard uit stilstaand water te laten drinken, omdat daar vaak parasieten en ziektekiemen in zitten. Als er veel slib op de bodem ligt of er zijn veel afgestorven planten, dan kan het water verontreinigd raken door rottingsprocessen. Er kan dan zwavel ontstaan, wat kan leiden tot zenuwafwijkingen bij je paard. E. coli en salmonella kan je paard darmproblemen geven. Ook kan er blauwalg in het water ontstaan, met name gedurende de zomermaanden. Het water heeft dan een groenblauwe of roodgele bovenlaag. Blauwalgen zijn zeer giftig en tasten de lever en nieren van je paard aan.

Nu je dit allemaal hebt gelezen, zul je er waarschijnlijk voor kiezen om je paard niet meer uit de sloot, vijver of beek te laten drinken, maar dat water is natuurlijk niet in ALLE gevallen verontreinigd. Het is een kwestie van regelmatig laten testen. Zelf kan je ook al een test doen. De Gezondheidsdienst voor Dieren ontwikkelde hiervoor in samenwerking met de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland een doehetzelftest. Blijf alert en laat regelmatig analyses doen. Je kunt hiervoor terecht bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Zij sturen je de potjes toe waar je wat slootwater of putwater in doet. Die stuur je op en dan testen zij het water voor je. De uitslag bespreek je met je dierenarts.

Je paard is afhankelijk van jou voor de kwantiteit en de kwaliteit van het water dat hij drinkt. Zorg dat je hier voldoende aandacht aan besteedt!