De Paarden Oppas Service onderzoekt… Mestena!!

Mestena, de naam van een soort kunstmest? Welnee, het gaat hier om een soort paard wat we allemaal kennen: de mustang! Het woord ‘mustang’ komt uit het Spaans: de Spanjaarden gebruiken het woord ‘Mestena’. De Paarden Oppas Service onderzoekt: MustangsMestena betekent ‘zwervend paard’ of ‘eigenaarloos paard’. Voor zover we hebben kunnen nagaan, zwerven de mustangs al ruim 700 jaar over de vlaktes van Noord-Amerika. Ze werden in de 16de eeuw door de Spaanse ontdekkingsreizigers meegebracht naar Amerika. Sommige paarden ontsnapten en de loop der tijd, en er waren er ook die schipbreuken overleefden, zelf naar het vasteland zwommen en daar nieuwe kuddes vormden.

Wist je trouwens dat de evolutie van het paard vanuit de wetenschap één van de best gedocumenteerde en meest beroemde ontwikkelingsprocessen van een diersoort is? Het is niet zo dat er voordat de Spanjaarden kwamen nooit paarden waren geweest in de Verenigde Staten, maar ze waren daar uitgestorven. Fossielen bewijzen dat de voorouders van het paard zo’n tienduizend jaar eerder in Noord-Amerika leefden. Dan praten we over de Eohippus, wat ook wel het dageraadpaard genoemd wordt. Je zult het niet geloven, maar dit paardje was niet groter dan een vos!!! En er waren wel 19 soorten paarden indertijd. Net als de andere roofdieren zagen de mensen van toen in deze paarden niets anders dan een bron van voedsel: uiteindelijk zijn ze allemaal opgepeuzeld!

De Spanjaarden verrijkten in de 16de eeuw het paardloze continent toen zij hun Spaanse Andalusiërs meebrachten, en de Sorraia uit Portugal, alsook de Berbers uit Marokko. Als je kijkt naar de mustangs van nu, herken je soms die rassen in een enkel paard, maar dat is een uitzondering. De meeste mustangs zijn vrij kleine paarden (stokmaat ongeveer 140 cm), met harde hoeven en goede benen. Het zijn hele taaie paarden. De meest voorkomende kleur is vos, maar pinto (alle kleuren platenbont), palomino (goudkleurig paard met witte manen en witte staart), zwart en schimmel komen ook voor. De Indianen ontdekten dat de mustangs heel snel en wendbaar waren. Zij temden de paarden en het feit dat ze paarden konden berijden maakte voor hen de bizonjacht vele malen succesvoller en makkelijker. Hiervan zijn tekeningen gevonden die de Indianen van toen maakten op buffelhuiden. De Indianen waren goede fokkers en zij hechtten veel waarde aan het decoratieve aspect van de kleuren van hun paarden. De bonte paarden met hun bijzondere aftekening waren heel populair en de vlekken hadden voor sommige stammen een speciale betekenis. Tegenwoordig is de Pinto (dit is een verzamelnaam voor alle bonte paarden, waaruit de Paint als ras is ontstaan) het meest gebruikte paard in de Westernsport.

Wist je dat de Indianen de mustangs ook gebruikten als betaalmiddel? Bijvoorbeeld om hun bruid te kopen! Wanneer een opperhoofd stierf, werden zijn paarden gedood om hem te begeleiden naar de ‘andere kant’. Daar moeten we nu toch niet aan denken? Als we nog verder teruggaan in de geschiedenis, naar de tijd van de Farao’s in het oude Egypte, zien we nog een lugubere gewoonte: als een Farao ging trouwen, sneed hij de hals van zijn favoriete hengst door, om hiermee te bewijzen dat zijn bruid hem meer waard was dan zijn kostbaarste bezit!

Niet lang nadat de Indianen de mustangs hadden ontdekt als rijdier, volgden de blanken hun voorbeeld, en zo ontstonden de cowboys met hun paarden. De mustangs waren ideale dieren voor het bij elkaar drijven van kuddes koeien, omdat ze wel leken te kunnen anticiperen wat de koe zou doen en omdat ze zo snel en wendbaar waren. Nu zien we die snelheid en wendbaarheid terug bij de rodeo’s en het Western rijden.

In de loop der tijd zijn de paarden die de Spanjaarden meebrachten weer gekruist met andere rassen, zoals de Volbloed, de Morgan en ook het Friese Paard. Aan het begin van de twintigste eeuw schatte men in dat er 1 tot 2 miljoen wilde paarden waren inde Verenigde Staten, maar er werd op de mustangs gejaagd om hun vlees, om ze te temmen en te verkopen en omdat mensen het land wilden claimen en zo bleven er in de jaren zeventig nog maar 18000 over. Het mustanging (het vangen van paarden uit winstbejag) gebeurde op zeer paardonvriendelijke wijze en het werd zo vaak gedaan dat het erop leek dat de paarden voor de tweede keer zouden worden uitgeroeid in Noord-Amerika. Wist je dat er één vrouw is geweest die dit voorkomen heeft? Ze heet Velma Johnston en werd ‘Wild Horse Annie’ genoemd. Ze voerde een nationale publiciteitscampagne tegen het mustanging, wat in 1971 leidde tot de Wilde Horse and Buroo Act, een wet die het mensen verbood om met vliegtuigen en auto’s op mustangs te jagen. Hiermee werd de mustang een beschermde diersoort, met als waakhond de Bureau of Land Management.

Anno 2016 zijn er nog 'slechts' 67.000 wilde paarden in Amerika. Regelmatig worden de paarden bijeengedreven om de paarden te onderzoeken. De merries worden gesteriliseerd, een deel van de gezonde paarden wordt verkocht en de zieke paarden worden dan geslacht. Dit hele proces kost de overheid 50 miljoen dollar per jaar en daarom kwam de regering in september 2016 met het voorstel om enkele tienduizenden mustangs af te laten maken. Ook om overbegrazing te voorkomen en voldoende grasland over te houden voor de andere grazers die de Verenigde Staten rijk zijn. Dit voorstel kreeg echter zoveel kritiek - er ontstond een ware golf van verontwaardiging wereldwijd - dat de overheid het plan om de mustangs massaal te euthaniseren, heeft losgelaten. ¡Viva Mestena!